Zoekende

eindelijk

zittend in de buitenlucht

grijs grauw en droog

De laatste scherpe

luchtstrepen door de wolken heen

Voor nu

een intens loslaten

van wat er allemaal moet

Een kwestie

van fris doorademen

Zonder vermoeiheid

geen stoot

Wel een regendruppel

op papier

Van buiten vermaakt

innerlijk geraakt

Eindeloos

met dat wat is

precies op dit moment

Zonder ik of jij

Hoe snelheid traagheid

nauwelijks kan bijhouden

Mis misschien

lef zonder overdenking

Als heftige achtergrond

een gordijn van velour

Hangend achter ogen

zo zwaar

Schreeuwend in oren

wat een venijn

om kleppen

open te houden

Onnodig durend

flikker toch op

met het teveel

En dan

als een ineens

Een oorverdovende stilte

loslaten, afstemmen en laten gaan

Doorbijten en loslaten

Afgelopen nacht

onrustig wakende

door en door rillerig

als koorts eruit

om te plassen

en weer erin

de hele nacht door

en dan eindelijk

een besef

hoe stom voel ik me

vergeten sokken en een t-shirt

het helpt iets

wat is er dan met me aan de hand

chemie vergeten

ondersteuning voor even

weg voor een nacht

een ochtend

flits mijn leven

in versnelling

kots ik al het trage eruit

zonder dat er ook maar iets

uit mijn mond komt

een teveel

alsof ik weer niet

voldoe en ontlaad

ontgaat me bijna

zaad dat klotst

stootjes trekken

heen en weer

en laten los

en dan is daar

vanuit een schijnbaar niets

opluchting

en een volgende

oplaadmoment in mijn lijf

met een boodschap

om niet langer meer

te stapelen

en in vertrouwen

stoppen

met mezelf te pleasen

wat een gedoe