Overzicht
Sterk zijn wordt vaak gezien als kwaliteit. Betrouwbaar, stabiel, degene op wie je kunt leunen. Maar wat gebeurt er als dragen een vaste rol wordt? Als het vanzelfsprekend is dat ik opvang, regel en overeind houdt, terwijl niemand vraagt wie mij draagt?

“Ik kan veel dragen.”
Het klinkt bijna als een geruststelling. Voor anderen, maar ook voor mezelf. Het zegt: ik red het wel. Ik kan omgaan met druk, verantwoordelijkheid, verwachtingen. Er is veerkracht. Er is uithoudingsvermogen.

Maar de tweede zin wordt zelden hardop uitgesproken.
Maar wie draagt mij?

Dragen begint vaak ongemerkt. Ik merk dat ik het aankan. Dat anderen op me rekenen. Dat ik overzicht houdt als het ingewikkeld wordt. En voordat je het weet, ben ik degene die blijft staan wanneer het spannend wordt. Degene die inspringt. Degene die niet snel klaagt.

Onze cultuur beloont dit gedrag. Sterkte, zelfstandigheid en loyaliteit gelden als deugden. Wie veel kan dragen, wordt gezien als volwassen, betrouwbaar, professioneel. Maar die waardering heeft een schaduwzijde: hoe sterker ik lijk, hoe minder vanzelfsprekend het wordt dat iemand mij opvangt.

Veel dragers vragen weinig. Niet omdat ze niets nodig hebben, maar omdat ze hebben geleerd hun behoefte te relativeren. Er is altijd wel iemand anders die het zwaarder heeft. Altijd een reden om door te gaan. En zo wordt dragen geen keuze meer, maar een identiteit.

Het probleem is niet dat ik veel kan dragen. Het probleem ontstaat wanneer dragen structureel eenrichtingsverkeer wordt. Wanneer mijn beschikbaarheid groter is dan de bereidheid van anderen om werkelijk nabij te zijn. Wanneer steun vooral praktisch is, maar zelden emotioneel.

Vaak wordt steun verward met advies. Of met oplossingen. Maar gedragen worden betekent iets anders. Het betekent dat iemand blijft, zonder direct met ongevraagde adviezen te komen. Dat er ruimte is voor mijn twijfel, vermoeidheid of onvermogen, zonder dat dat meteen spanning oproept.

Veel mensen die veel dragen, voelen zich daardoor vreemd genoeg alleen. Ze zijn omringd door mensen, maar missen echte wederkerigheid. Er is waardering, maar weinig afstemming. Vertrouwen, maar weinig rust.

De vraag “wie draagt mij?” is geen klaagzang. Het is een onderzoek. Naar patronen. Naar relaties. Naar de ongeschreven afspraken waarin ik degene werd die het wel aankon.

Misschien ontdek ik dat de ander nooit mijn steun echt heeft gevraagd. Misschien dat ik het zelf heb geminimaliseerd. Of misschien dat de omgeving gewend is geraakt aan mijn draagkracht, zonder te beseffen wat dat kost.

Gedragen worden vraagt moed. Niet de moed van volhouden, maar de moed van zichtbaar worden. Van erkennen dat kracht niet betekent dat ik geen bedding nodig heb. Dat dragen en gedragen worden elkaar niet uitsluiten, maar in balans horen te zijn.

De vraag is dus niet of ik minder moet dragen.
De vraag is of er in mijn leven plekken zijn waar ik mag leunen, zonder uitleg, zonder verantwoording, zonder sterk te hoeven zijn.


Ontdek meer van Home Jouw Verhaal

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef aan hoe jij erin staat