F*cking studiebol

Ik ben inmiddels twaalf jaar en ga naar het voortgezet onderwijs. Ik kom nog maar net uit klas zes (dat is nu groep acht) en ben als brugklasser opeens weer de jongste.

De eerste maanden voel ik me heel ongemakkelijk en onzeker. Maar ik neem een besluit: ik ga hoge cijfers halen. Dat lukt, met als gevolg dat ik ineens studiebol word genoemd. Eigenlijk vind ik dat helemaal niet erg. Het motiveert me om hoog te blijven scoren.

Helaas zijn er op school niet echt inspirerende leerkrachten. De leerkracht zit meer in mijzelf. Toch is er soms wel een klik. Vooral met mijn docent Nederlands. Hij inspireert me door zijn bevlogenheid waarmee hij spreekt over de Nederlandse taal.

Prachtige betogen kan hij voeren, en mijn medescholieren respecteren hem. Hij weet de klas te boeien. Bij mij ontstaat zo een liefde voor het Nederlands, die zich vooral uit in de vorm van woordspelletjes.

Mijn geschiedenisleraar is een waar verhalenverteller. Niks alleen maar jaartallen stampen: nee, hij leert mij de geschiedenis in een groter verband te ervaren. Hij vergelijkt geschiedenis met een hogere vorm van wiskunde.

Bijzonder aan deze docent is dat hij naast zijn werk als geschiedenisleraar ook nog een bekende kroeg heeft in het dorp waar ik geboren ben. Pikant detail is dat hij z’n tijd ver vooruit is, want hij doet aan partnerruil met onze overburen.

Voor de rest vind ik school vooral zonde van mijn tijd. Ik ervaar een groot gebrek aan enthousiasme en blije gezichten, zowel bij de docenten als de leerlingen.

Wat vind ik het toch lastig om hele dagen netjes op mijn stoel te blijven zitten, terwijl ik liever met m’n twee schoolvrienden zou afspreken om lekker rond te hangen in het bos of in de stad.

In die tijd ben ik, zoals mijn overbuurman tegen mijn moeder vertelt; een brave borst. Een pleaser, ook al besef ik dat dan nog niet. Mijzelf in overlevingsmodus zetten als studiebol en pleaser kost me zoveel energie. De modus zal me in de komende jaren nog veel meer in de weg komen te staan.

Hoe echt ben ik zelf eigenlijk?

Ik pak de spiegel die in het toilet hangt en loop even de tuin in. Ik zet de spiegel in de tuin tegen de stam van onze appelboom en ga in het gras zitten. Terwijl ik ontspannen in de spiegel naar mijn ogen kijk, peil ik de diepte van mijn ziel. ‘René, is dit niet wat zweverig?’

Eigenlijk wil ik gewoon zeggen dat ik zoveel meer ben dan alleen mijn lichamelijke verschijning. Ik accepteer mijn gebreken en het feit dat ik niet volmaakt ben. ‘Als dat maar fout gaat’ is een favoriete uitspraak van mij. Van fouten kan ik zoveel leren. Ik stop vooral met kritiek uiten op mezelf bij elk klein detail. Het is een verspilling van tijd en energie om mezelf steeds neer te halen. Het levert alleen maar meer negativiteit op.

Door te focussen op de goede dingen in m’n leven, m’n positieve eigenschappen en de lichamelijke kenmerken waar ik wél blij mee ben, bouw ik als het ware aan een fundering van positiviteit. Mensen om mij heen zien altijd datgene in mij wat ik in mezelf zie.

Dus focus ik op het goede en het mooie. Dat is wat ik uiteindelijk uitstraal naar de wereld. Dat is het plaatje dat anderen zien. Ook dat ik voldoende aandacht schenk aan mijn gezin. Van mezelf houden is de basis, pas daarna kan ik aan de slag met de ontwikkeling van relaties met anderen.

Ik wil niet op zoek naar een relatie om de leegte in mijzelf op te vullen. Een ander kan tenslotte enkel aanvullen, nooit opvullen. Het opbouwen en onderhouden van een goede relatie met mezelf is niet altijd even gemakkelijk maar voor mij wel cruciaal.

In de periodes dat ik minder zelfvertrouwen en een negatief zelfbeeld heb en weinig eigenwaarde ervaar, ontbreekt het me meestal aan voldoende ‘zelfliefde’. Mijn geest kan zo overprikkeld en vertroebeld raken door saboterende gedachten dat houden van mezelf niet meer vanzelfsprekend voor me is.

Dat waar ik op focus groeit. Als ik niet van mezelf hou, vertel ik eigenlijk tegen het universum dat ik het niet waard ben om van te houden. Dat is wat ik uitzend. Tijd voor handvatten die mij kunnen helpen. Ik…

  • …ga op vaste tijd naar bed, zonder stiekem weer een kwartier of halfuur later te smokkelen

  • …sta op een vast tijdstip op

  • …zorg dat ik spannende situaties vermijd

  • …neem rust en zeg desnoods afspraken af

  • …geef niet in één keer te veel geld uit

  • …elimineer zelfkritiek

  • …ben vriendelijk en positief

  • …laat mijn zorgen los

  • …vertrouw op mezelf

  • …vergeef mezelf

  • …ben eerlijk naar mezelf

  • …ben dankbaar

  • …ontspan

  • …heb plezier en mag glimlachen

  • …zorg voor mijn lichaam

  • …leer om schoonheid te zien.

De verademing van klassieke muziek

Wat een verrijking om te luisteren naar klassieke muziek en tegelijkertijd autobiografieën van onder andere Ayaan Hirsi Ali en Pim Fortuyn te lezen.

Ik voel me als twintiger enorm geraakt door de intensiteit van het geschrevene. En er is een gevoel van herkenning waar het gaat om het ‘zwarteschaap-gevoel’. De klassieke muziek klinkt verfijnd op de achtergrond. Ik wil meer.

Voor mij begint het beluisteren van klassieke muziek met de aanschaf van een cd-box. De cd-box heet Aangenaam Klassiek. Je krijgt veel verschillende muziek op twee of drie cd’s. De verkoopprijs is met tien gulden (€4,75) absurd laag.

Ik luister het liefst naar muziek waarbij de cello te horen is. De cd’s leren mij naar uiteenlopende klassieke stromingen te luisteren. De gedeeltes van de werken die adagio’s worden genoemd ontroeren mij het meest.

Ik hoef niet per se hele werken van begin tot eind te horen; een adagio vormt voor mij een soort samenvatting van het hele werk. Alles komt samen, valt weer uit elkaar en vormt zich uiteindelijk tot een compleet muzikaal overzicht.

In mijn net nieuw gekochte eerste huis wil ik dolgraag een houten muziekmeubel op vier poten. Super ouderwets, maar zo prachtig. Ze werden in de jaren zeventig massaal verkocht. Het voordeel van de techniek die in dit apparaat zit, is dat ik ook 78 toerenplaten kan afspelen met een speciale naald. Geniaal.

Het lukt me een complete opera op bakelieten platen aan te schaffen en mijn eerste opera te beluisteren. Met kaarslicht, een sigaar, pure chocolade en leren Santa Fe-laarzen from the States voel ik een intense blijheid.

Ik zoek steeds dieper in de wereld van klassieke instrumenten en dan vooral naar de diversiteit van dirigenten. Jaap van Zweden heeft een enorme aantrekkingskracht op mij. Hij voelt voor mij als een soort bezetene die ook nog mijn taal spreekt.

Jaap vertegenwoordigt voor mij alles wat met klassiek te maken heeft. Zijn vioolspel klinkt voor mij zo overtuigend. Als vanzelf. Hij inspireert met z’n authenticiteit, maar ook door zijn perfectionisme. Dat perfectionisme helpt hem, maar ik zie ook een man die worstelt.

Ik ben geen virtuoos, maar herken wel een soort Jaap van Zweden in mezelf. Met name wat betreft het gaan voor absolute diepgang.

Nu lijkt het me ook heerlijk om de muziek eens live te mogen ervaren. Ik ga naar de Mattheüspassie in het Haarlemse Concertgebouw. Wat een bedoening zeg, met zoveel opgetutte mensen.

Aangezien ik erg gevoelig ben voor stemmingen, ben ik binnen een uur door mijn energie heen. Gelukkig kan ik wel genieten van het eerste gedeelte van de Passie.

Jaren later komt er een versie van de Passie op de televisie. Dat is handig, want dan hoef ik zelf niet in de drukke mensenmassa mee te lopen. Deze Passiebewerking is groots opgezet. Vele bekende musicalsterren, acteurs en zangers spelen mee.

Aan het begin van de stoet wordt een zes meter lang verlicht kruis gedragen. De dragers zijn willekeurige mensen uit de samenleving. Ze vinden het een eer om het kruis te mogen dragen. De bekende Nederlanders spelen het verhaal in Rotterdam. Daar worden allerlei locaties uitgezocht waar een bepaald hoofdstuk uit de Bijbel het mooist tot zijn recht komt. Het voelt imposant. Ik merk dat ik gevoelig ben voor dit soort livebeelden. Het zijn verbondenheid en pracht die ik ervaar.

Tijdens de Kunst10-daagse 2018 in Bergen ben ik op weg naar kunstenaar Joshua Pennings. Op een gegeven moment fiets ik langs een heel klein huis en rij terug om het beter te bekijken. Er staat een bord in het tuintje met daarop de aankondiging dat er piano wordt gespeeld in het huisje van Simeon ten Holt. Hier heeft de grote meester dus gewoond en heel wat composities geschreven. Ook de Canto Ostinato.

Daar is een documentaire over gemaakt en draait in de Filmschuur in Haarlem. Dat is een plek voor alternatieve filmvoorstellingen. Het is 2011 en ik ben net een maand herstellende van mijn psychose. Wat een zenuwslopende tijd. Maar wat een geluk: door deze psychose kan er voor het eerst een officiële diagnose ‘bipolair’  worden vastgesteld.

Ik neem op weg naar de Filmschuur een afsprakenlijstje mee. Tijdens het reizen ondersteunt dit lijstje mij. Er staat precies opgeschreven wat ik bijvoorbeeld moet doen als ik met de trein in Haarlem arriveer en vervolgens naar de Filmschuur moet lopen.

Dit zodat ik niet afgeleid raak door andere routes. Dit lijstje heb ik samen met mijn partner opgesteld. Het voelt veilig, en onderweg merk ik dat het handig werkt, zo ‘indrukvrij’ mogelijk reizen.

Ik stap het gebouw in en word daar al vrij snel aangesproken door een dame. Zij herkent me maar weet niet waarvan. Ik herken haar in eerste instantie niet. Ze vertelt gepassioneerd over Simeon ten Holt en zijn Canto Ostinato, en we besluiten naast elkaar te gaan zitten in de Filmschuur. Heftig onder de indruk van de documentaire gaan we wat drinken aan de bar en hebben we het over woonplekken.

Ineens valt het kwartje. Ik ben de buurman geweest van haar inspirerende ouders. Zij komt veel bij haar ouders over de vloer. Zo ook met verjaardagen. Op een van die verjaardagen hebben we elkaar ontmoet en zijn we met elkaar in gesprek geraakt. Wat een leuke ontmoeting. Zij zorgt er later ook nog eens voor dat ik de Ostinato op een cd krijg toegestuurd.

Als ik eenmaal een veertiger ben, zal ik voor het eerst een livevoorstelling van meer dan drie uur kunnen beluisteren. Dat is te danken aan Simeon ten Holt met zijn sublieme Canto Ostinato. Mijn partner gaat met mij mee.

Wat een beleving: er wordt ook gebruikgemaakt van video. Muziek en beelden wisselen elkaar af. Het is een hele zit op een stoel, maar de klanken van de vier vleugels komen zó rechtstreeks bij me binnen. Ze raken mijn ziel. En wat heerlijk dat José, mijn vrouw erbij is.

Mijn eerste liefde

Na heerlijk te hebben getennist, zie ik in mijn ooghoek een prachtig meisje. Vooral haar bijna sprookjesachtig witte haren vallen mij direct op. Zij is een vriendin van een van mijn tennismaatjes. In de loop van de tijd kom ik erachter dat zij al een vriendje heeft. Balen.

Maar als bij toverslag gaat deze verkering uit. Lente is zo mooi en dat maakt mij behoorlijk verlegen. Kan zo’n mooi meisje ook verliefd worden op een puberjongen zoals ik?

En ja hoor, uiteindelijk worden we smoorverliefd op elkaar. Mijn eerste echte vriendinnetje. Wat een rijkdom. Ze is zo’n onwijze lieverd. Bijna te lief. Voor mij breekt een heuse leerschool aan. Haar liefde is zo puur. Ik ben zestien jaar, en Lente is twee jaar jonger. Door me kwetsbaarder op te stellen, word ik stukje bij beetje minder onzeker. Als puber jagen de zenuwen door mijn lijf.

Ik werk op zaterdagen in een supermarkt en Lente komt me na m’n werkdag trouw ophalen. Terugfietsend kletsen we lekker bij en ik ga dan altijd brood eten bij haar ouders en lieve zus. Aan een rijkelijk gevulde tafel gaan de verhalen heen en weer.

Haar vader is behoorlijk streng. Zodoende krijg ik regelmatig vragen over hoe het met mijn studie gaat. Lastig te beantwoorden, omdat er zo’n druk komt te liggen op presteren. In de kern zie ik gelukkig wel dat Lentes vader een warm hart heeft.

Moeder houdt alles in het liefdevol gareel. Dat maakt dat ik me ook kwetsbaar durf op te stellen. Ik vertel haar vader dat ik niet graag naar school ga. Ik ben wel nieuwsgierig, en excentrieke mensen boeien me mateloos, maar die vind ik niet op school.

Haar vader vertrouwt me wel en dat vind ik het belangrijkste. Twee jaar verder heb ik net m’n rijbewijs gehaald, en dan mag ik bijvoorbeeld gewoon in zijn auto rijden. En als de familie met hun motorjacht naar Parijs gaat, wordt me gevraagd of ik het leuk vind om mee te gaan. Nou echt wel.

Achteraf bezien heb ik deze aangeboden zomerreis danig onderschat. De vierkante meters zijn beperkt, en als je een behoorlijk strak vaarschema hanteert, dan kun je niet zomaar even afmeren voor een paar uur vasteland onder je voeten.

Maar veel heftiger is het feit dat er echt hete dagen zullen zijn, terwijl ik me nog niet van mijn bipolaire stoornis bewust ben. Zweten dus en een zout tekort. Maar Lente is zo’n schatje en wat is ze mooi, zeker als ze zo bruin kleurt van de zon. En dan haar hoogblonde haren. Door haar zijn alle perikelen hanteerbaar.

Totdat we op zeker moment de diepste sluis van Nederland naderen en het jacht de sluis van Maasbracht in vaart. De touwen worden om de bolder geslingerd. Tegenwoordig zijn er drijfsystemen voor. De bolder gaat op en neer mee met de verandering van het waterpeil. Maar die waren er toen niet. We wachten tot het water bijna twaalf meter gezakt is.

De eerste meters gaan prima, totdat we erachter komen dat de lijnen te kort zijn. Totale paniek, want op deze manier zal het schip aan de lijnen blijven hangen, met alle gevolgen van dien. Pa begint te vloeken, maar heeft een geweldige tegenwoordigheid van geest. Hij sprint naar binnen, haalt een groot mes uit het keukentje en snijdt de touwen door.

Touwen die op spanning staan doorsnijden is levensgevaarlijk: de touwen worden ongeleide projectielen. Daardoor kunnen er ernstige ongelukken gebeuren, waarbij van alles doorklieft wordt. We rennen allemaal in een fractie van een seconde weg van de touwen. Het schip hangt zo’n anderhalve meter boven het sluiswater en knalt met een klap naar beneden.

Niemand raakt gewond en het schip is niet beschadigd. Onze tocht wordt vervolgd. Wat zijn we opgelucht dat dit ‘hangavontuur’ goed is afgelopen. Na het hele gebeuren zit iedereen wat bedrukt te staren terwijl we alweer naar de volgende sluis aan het varen zijn. Ik heb dat echt totaal onderschat.

Zoveel sluizen en zoveel saaie lange rechte stukken door kanalen. Ik overweeg onderweg nog wel om aan land te gaan en terug naar huis te reizen. Maar Lente dan, die wil ik niet missen.

Uiteindelijk is het een pracht van een levenservaring. Lente is liefdevol en geduldig. Samen hebben we het heerlijk. De zomervakantie is alweer zo goed als voorbij en het echte leven begint weer. Het lastige is dat Lente en ik twee jaar in leeftijd verschillen. Inmiddels ben ik achttien en Lente zestien. Ik mag dus niet met haar vrijen.

Technisch gezien zou ik dan met een minderjarige vrijen en dus strafbaar zijn voor de wet. Ik krijg die beperkende gedachte maar niet uit mijn hoofd. Nou kun je natuurlijk op vele manieren ook fysiek van elkaar genieten, maar voor mij is het niet genoeg. Wat voel ik me een egoïst. Lente wordt er heel onzeker van. Dat vind ik nog het ergste, haar pijn te doen met mijn drang. Toch overheersen mijn gevoelens en willen ze gehoord worden. En natuurlijk heeft dat niets te maken met vrijen of niet. Maar dat begrijp ik dan nog niet!

Ik neem het vreselijke besluit het uit te maken. Nu ik deze zinnen aan dit boek toevertrouw, voel ik weer knellende draaiingen in mijn buik. Er is zoveel onmacht bij Lente, maar ook bij mijzelf. Ze is er helemaal stuk van. Ze raakt totaal in paniek. Ik voel me een monster. Na nog wat dappere pogingen van Lente om mij te laten inzien dat ik een verkeerde beslissing heb genomen, blijf ik bij mijn besluit.

Uiteindelijk is het mooie van het verhaal dat Lente al vanaf de eerste dag een warme band krijgt met mijn ouders. Tot op de dag van vandaag komen ze elkaar zo heel af en toe tegen bij de coffeeshop van de banketbakkerswinkel en ze is dan nog net zo blij om mijn ouders te zien als die eerste keer. En ja, zij is gelukkig, heeft kinderen en is nog steeds een mooie vrouw om te zien.

Leven met een diagnose

In de zomer van 2007 krijg ik een pracht van een baan bij een nieuwe werkgever. Het zal mijn laatste worden. Ik ga voor een visie-gestuurde organisatie werken. Alle mensen zijn gelijkwaardig en elk mens is uniek.

Wat een mooie opmaat naar tien intensieve werk- en privéjaren. Het zal nog vier jaar duren voordat er bij mij uiteindelijk de diagnose bipolair kan worden vastgesteld. In die tien jaar tijd werk ik als individueel begeleider en cliëntbegeleider.

Voor mijn collega’s is mijn stoornis vaak een last. Veel collega’s begrijpen mij niet. Ze vinden me geen doorzetter. Mijn schaamte voor het feit dat ik mensen blijkbaar zo tot last kan zijn, is eigenlijk niet op zijn plaats. Mijn stoornis is geen mentale kwestie, maar een biologische.

Dit verhaal over mijn ervaringen op de werkvloer is belangrijk voor mij. Vooral wil ik er aandacht en begrip mee vragen van mijn oude werkgevers voor medewerkers met een psychisch ziektebeeld.

Stigmatisering op de werkvloer is een meer besproken thema geworden de afgelopen tien jaar. Mijn onwetendheid en die van vele ex-collega’s, en het daarmee gepaard gaande gevoel van onmacht, heeft diepe indruk op me gemaakt.

Ik heb me vaak onzeker en kwetsbaar gevoeld. Mijn oude werkgevers hebben mij ook de kans gegeven zelf met creatieve oplossingen te komen.

Bijvoorbeeld door op zoek te gaan naar een onafhankelijk personal coach. Na lang zoeken heb ik haar gevonden. Het mooie van deze jarenlange coaching is dat er inmiddels een vriendschap aan het ontstaan is.

Ik voel dat ik eindelijke afscheid van het pedagogisch werk bij mijn werkgever kan nemen. Door mijn nieuwe schrijverswerk komt ook mijn privéleven weer in balans.

Begrip vormt het centrale thema bij het afscheid. Als er geen wederzijds begrip is, dan is er ook geen respect voor elkaars situatie. Voor begrip heb ik hard moeten knokken.

Anno 2018

En wat een turbulent anderhalf jaar, zo samen met gezin, vrienden en familie. Vanaf juni 2017 ben ik gestopt met het werken voor een werkgever. Wat een vrijheid.

Als eigen baas kan ik makkelijker mijn levens- en werkritme vinden. Ik besluit over mijn bipolair leven te schrijven. Via mijn blogsite, LinkedIn en Google publiceer ik artikelen. Met de artikelen en de reacties daarop begint mijn bipolaire leven ook een digitale plek te krijgen.

Het vormt een mooie aanzet tot het uitgeven van mijn autobiografie. En er heeft nog een ‘levensveranderende gebeurtenis’ plaatsgevonden: ik heb de kracht van ondersteunende natuurlijke oliën leren gebruiken. Het schrijven en de oliën blijken in mijn beleving onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Het verhaal

Mijn partner heeft haar eigen massagepraktijk. Tijdens de massage wil ze voor de klanten de hoogste kwaliteit oliën gebruiken. Maar er zijn vele leveranciers.

Er vindt een zoektocht plaats langs deze leveranciers. En dan ontdekt ze de zuiver natuurlijke oliën. Er gaat een wereld open. Het verschil met de andere oliën is behoorlijk.

Zo werken ze met bloemen en planten van eigen boerderijen. De grond waarop de bloemen en planten gekweekt worden, is zorgvuldig uitgezocht.

De meest optimale grondsamenstelling zorgt voor de constante topkwaliteit van deze honderd procent natuurlijke oliën.

Ook zijn er partners met boerderijen die gecertificeerd zijn. Zij dragen een kwaliteitslabel, het bewijs van een strikt ‘productieproces’ om zuiverheid en veiligheid te garanderen, vanaf het moment dat de zaadjes gekozen worden tot het moment dat de producten in mijn handen liggen.

Dit unieke proces onderscheidt zich van andere. Er wordt toezicht gehouden op iedere fase van het proces om er zeker van te zijn dat iedereen zuivere etherische oliën en producten ontvangt die nergens anders te vinden zijn.

Het voelt voor ons alsof we in een soort olie-familie terecht zijn gekomen, waarbinnen zuiver natuurlijke producten gebruikt worden als een manier van leven.

Het gebruik van de oliën gaat als vanzelf. Inmiddels hebben we al heel wat van de zeshonderd zuiver natuurlijke producten uitgeprobeerd.

Een aantal oliën inspireren en motiveren mij om ze verder uit te proberen, en dan vooral de oliën die mij bijvoorbeeld minder doen snurken.

Hierdoor kan mijn partner beter doorslapen, en ook mijn kwaliteit van slapen verbetert met minstens vijftig procent. Ik word niet meer zo moe wakker. Dat betekent dat ik dus ook meer energie door de dag heen ervaar.

Als ik thuis werk, maak ik regelmatig gebruik van een diffuser. Dit apparaat vernevelt de olie. Het ziet eruit alsof er een soort mist uit de opening van de glazen bol komt.

De verneveling ontstaat echter door een sensor die voor ultrasone trillingen in het water zorgt. Hoe hoger de zuurtegraad van de olie, hoe meer de diffuser vernevelt. Zo ingenieus. De hele woonkamer geurt naar de uitgekozen olie.

Waar ik ook echt blij van word, is het maken van mijn eigen parfum. Ik gebruik een samenstelling van zes oliën en een blend met de naam Dreamcatcher. De blend bestaat weer uit zo’n dertien oliën. Het mengsel van alle druppels bij elkaar vul ik af met zuivere alcohol.

De geur van mijn parfum kan ik het beste omschrijven als kruidig met een tikje citrus. Niemand anders heeft deze geur. Ik ben benieuwd, er zijn nog zo’n tweehonderd oliën te ontdekken. Ook zijn er nog 480 andere zuiver natuurlijke producten te bestuderen. Dat voelt als feest.

Mijn partner is enthousiast en gepassioneerd met haar oliën aan het werk. Dat werkt voor vele mensen aanstekelijk.

Door de hoge kwaliteit betaal je over het algemeen ook meer dan bij andere etherische oliën. Als mensen zeggen dat ze de oliën zo duur vinden, dan reageren wij meestal door uit te leggen dat de producten voor ons een hoge waarde hebben. Je investeert ermee in je welzijn. Zo laat je zien dat je daar ook meer geld voor over hebt.

De producten ondersteunen mijn lichamelijk en mentaal welzijn optimaal. Ik voel me daardoor zelfverzekerder. Mijn bipolaire stoornis betekent niet langer meer overleven. Ik leef en durf daarmee ook naar buiten te treden.

Diverse mensen om mij heen willen dat ik mijn verhaal vertel en naar buiten breng. Zo kunnen andere mensen wellicht steun en hoop halen uit mijn verhaal.

Dan hoeven ze minder te overleven. Vooral mijn oude bedrijfsarts en mijn psychiater motiveren mij. Mijn boek Bipolair. Mijn geheim over leven is geboren. Ik ga beginnen met het schrijven van mijn autobiografie.

Elektrotherapie

Een laatste gebeurtenis op de lagere school die op mijn netvlies gebrand staat, vindt plaats als we net voor de zomervakantie buiten ‘sliertentik’ spelen. Iemand begint door een ander te tikken. Dan moeten ze met z’n tweeën elkaars hand vasthouden, zodat de derde getikt kan worden. En zo gaat het verder.

Ik schat dat er een sliert van zes of zeven kinderen getikt is als ik als laatste nog afgetikt moet worden. Veel klaslokaalramen staan naar buiten toe open vanwege het warme weer.

Ik besluit mijn schoenklompen uit te doen zodat ik harder kan rennen. Door de hoge snelheid vlieg ik uit de bocht. Met mijn rechterhand probeer ik mezelf via het raamkozijn af te weren. In plaats daarvan schiet ik met mijn linker arm door het glas. Ik voel het glas door mijn arm heen snijden.

Het gevolg is dat m’n arm openligt en ik hevig bloedend begin te schreeuwen. Ik ren naar binnen, waar mijn leraar zo snel als hij kan een theedoek om mijn bovenarm draait. Zo kan hij de ergste bloeding stelpen.

Onze directeur besluit dat het te lang duurt om een ambulance te laten komen. Ik word in de auto van een van de leraren gezet en met spoed naar het ziekenhuis zo’n vier kilometer verderop gebracht.

Mijn ouders worden op de hoogte gebracht en komen direct naar het ziekenhuis. Inmiddels ben ik al een aantal liter bloed verloren en de neuroloog vertelt mijn ouders dat hij bang is dat hij mijn arm niet kan behouden en tot amputatie over zal moeten gaan. Hij wil nog een poging wagen en wat een geluk: na vijf uur hebben ze alles kunnen hechten en me weer van voldoende bloed kunnen voorzien.

Na een jaar elektrotherapie, begeleid door een liefdevolle therapeut en met fantastische begeleiding van mijn moeder, begin ik zelfs weer gevoel te krijgen in mijn vingers. Het gevoel is er grotendeels uit omdat mijn zenuwen afgesneden zijn.

De specialist vindt het te riskant om een lange operatie van zo’n acht uur uit te voeren om mijn zenuwen weer te verbinden. Uiteindelijk groeien zenuwen vanzelf weer aan. Super langzaam, nog geen millimeter per jaar, maar zo kunnen we een operatie vermijden.

En uiteindelijk, jaren verder, is het gevoel inderdaad zo goed als hersteld. Als ik nu in een vinger van mijn linkerhand knijp, lijkt het net of ik in een soort olifantshuid knijp. De hele gebeurtenis laat een diepe indruk bij me achter.

Het leuke is dat ik al heel wat jaren verzot ben op lego. Het spelen met legoblokken helpt mij bij mijn revalidatieproces. Ik moet weer helemaal opnieuw mijn vingerspieren leren gebruiken.

Inmiddels heb ik de leeftijd dat ik me helemaal stort op technisch bouwen, bijvoorbeeld een vuurtoren met een draaiende kop die lichtbalken ver laat schijnen. Op zeker moment doe ik met mijn vuurtoren mee aan een grote legowedstrijd. Met mijn derde plaats ben ik zo waanzinnig blij.

Ik mag op het grote podium voor in een stadsbioscoop komen staan. Een applaus in ontvangst nemen voelt raar. Normaliter ben ik als legobouwer in mijn eentje aan het bouwen, en nu sta ik in een volle bioscoop. Wat een gaaf moment.

Agressie in 288 woorden

Met mijn dikke billen zit ik op het gras van onze achtertuin, zwaaiend naar wie voorbijkomt over het smalle paadje. Zolang ik mezelf kan herinneren, ben ik gek op mensen. Ze blijven me boeien met hun diversiteit aan gedragingen. Inmiddels vijftig plus onderzoek ik nog steeds gepassioneerd het menselijk gedrag. Uitermate fascinerend. Mijn vertrouwen in de mens is eindeloos.

De eerste vertrouwensdeuk die ik mij herinner ontstaat op de lagere school. In een hogere klas zit een beruchte scholier. Hij is een eersteklas onbetrouwbaar iemand. Ik ben een uitermate gevoelig kind en dus een gemakkelijke prooi. Hij daagt me uit, maar ik negeer hem. Daardoor wordt hij nog fanatieker, want hij wil nu natuurlijk geen gezichtsverlies lijden.

Uiteindelijk besluit ik van hem weg te lopen en zo snel mogelijk hulp te zoeken bij de leraren die in de lerarenkamer aan het pauzeren zijn. Ik ga het schoolgebouw binnen richting de leraren. Ik voel dat hij me achternaloopt. Inmiddels ben ik er bijna. En dan, als vanuit het niets, duikt hij boven op me en slaat zijn arm om mijn nek.

Hij trekt me achterover, zodat ik bijna stik. Met voor mijn gevoel mijn laatste beetje adem schreeuw ik piepend en toch zo hard ik kan om hulp. Twee leraren komen me bevrijden van de wurgende arm. Ik word ontzet en de beruchte scholier krijgt straf.

Ik voel me nog lange tijd angstig. Bang dat me uit onverwachte hoek iets naars staat te gebeuren. Van de agressor heb ik gelukkig geen last meer.

Toch blijf ik de rest van mijn lagereschooltijd het gevoel houden een vreemde eend in de bijt te zijn. Ik heb wel een paar vriendjes en vriendinnetjes. Bij hen voel ik me heel veilig.

Straatvrees

Ik ben achttien jaar en ga met een aantal vrienden op stap in de stad. We zijn op weg naar ons favoriete grand café. Op vijf minuten afstand van het café wordt er vanaf de overkant van de straat naar ons geroepen. Niemand van ons groepje reageert. Omdat we niet reageren, roepen ze opnieuw. Dit keer is de toon agressief. Ik reageer met de vraag wat er nou eigenlijk is. Dat had ik beter niet kunnen doen.

Het gaat ineens allemaal heel snel. Ik ren aan de overkant van de straat voor mijn leven. Mijn vier vrienden zijn hem gesmeerd. In de spiegeling van de winkelruit zie ik dat er twee skinheads achter mij aan komen. Als we op volle snelheid rennen, neem ik een besluit. In een fractie van een seconde stop ik heel plotseling en draai me razendsnel om. Ik stomp een van die gasten in z’n gezicht, duw hem op de grond en ren daarna weer zo hard ik kan weg.

Ik raak in lichte paniek als ik constateer dat ik te maken heb met pezige mannen die gewatteerde bomberjacks dragen en kaalgeschoren schedels hebben. Degene die ik tegen de grond gewerkt heb laat zijn maat achter mij aan rennen. Als ik eenmaal de hoek om kan, staan daar ineens meerdere skinheads mij op te wachten.

Het blijft lastig en emotioneel om het vervolg te vertellen, maar het delen helpt mij ook weer bij het verder verwerken van mijn opgedane angsten. Ik word bij mijn haren gepakt en vervolgens slaan ze mijn voorhoofd keer op keer op de motorkap van een auto. Gelukkig lukt het me om mijn rechterarm onder mijn voorhoofd te leggen, waardoor de klappen niet zo hard aankomen.

Dan blijkt een van die gasten een steen in z’n hand te hebben. Hij beukt daarmee op mijn voorhoofd. Ik voel het bloed over mijn hoofd stromen. Ineens hoor ik hondengeblaf en ik schrik me wezenloos: shit, ze gaan die toch niet op mij afsturen? Het blijken politiehonden te zijn. De politiemannen ontzetten mij, en de skinheads slaan op de vlucht. Uit de kerk aan de overkant van de straat komt een priester om mij op te vangen. De ambulance is onderweg.

Eenmaal in de ambulance kom ik wat tot rust en begin te huilen. In het ziekenhuis hechten ze mijn hoofdwond, en als dat klaar is – inmiddels is het drie uur in de ochtend – mag ik naar huis bellen. Mijn lieve vader komt me halen, en als we in de auto zitten, blijven we stil. Het is een wonderbaarlijk ontspannende stilte. Ik hoef me niet te verantwoorden, mijn vader luistert als ik wat vertel. Mijn ouders zijn vooral geschrokken en blij dat ik weer thuis ben gekomen.

Mijn herstel gaat bedroevend traag. Ik genees fysiek heel rap, maar mentaal voel ik me een wrak. Mijn zelfvertrouwen heeft een enorme deuk opgelopen. Mijn moeder helpt mij weer naar buiten te gaan. Kleine stukken wandelen en de volgende dag weer iets verder proberen.

Na verloop van tijd wil de stadsrecherche dat ik aangifte van mishandeling doe en een fotoconfrontatie onderga. Samen met mijn vader meld ik me bij de receptie van het politiehoofdkantoor in de stad. Ik ben nog steeds bont en blauw en loop met een mank been. De receptiemedewerkster vraagt ongeïnteresseerd of de verwondingen zichtbaar zijn. Maar echt op een toon van: daar hebben we weer zo’n zogenaamd slachtoffer. Terwijl we naar de ruimte lopen waar de foto’s worden ingezien, komt er een rechercheur aanlopen die zegt: ‘Ja, die vechtpartijen in de stad. Het worden er steeds meer. Waarom moeten jullie toch altijd vechten?’

Ik kijk mijn vader aan. Na wat foto’s te hebben bekeken en niks gevonden te hebben, besluiten we zo snel mogelijk uit die beklemmende sfeer te komen en niet verder te gaan met die foto’s. Ook in het doen van aangifte heb ik geen vertrouwen meer. De politie doet nog een poging om ons terug te roepen, maar daar trappen mijn vader en ik niet in. Wat een stel zielige, respectloze en vooral vermoeide onwetende mensen. Is dat de normale gang van zaken? Ik voel me intens verdrietig en machteloos.

Een jaar na de gebeurtenis ben ik zover om met mijn moeder helemaal naar de stad te gaan. Wat een hel, maar ik wil echt doorzetten.

De maanden daarna blijven we dat doen, en op zeker moment schrik ik me wezenloos: ik zie een van de skinheads. Ik deel dat met mijn moeder, en we besluiten niets met de situatie te doen. Mijn schrik is snel verdwenen, en we gaan niet naar huis maar blijven in de stad. Wat een overwinning!

Liefde van mijn leven

Als ik op zeker moment bij Joyce, een vriendin, aan het bijpraten ben, komt er een foto voorbij. Daarop zie ik een bijzonder aantrekkelijke vrouw, samen met Joyce. Ze lacht en zegt dat dat haar nicht José is. Deze nicht heeft op zeker moment mijn stem beluisterd via de voicemail van Joyce en zei toen tegen haar: ‘Van wie is die stem? Wat een sexy stem! Die man wil ik wel ontmoeten!’

Ik ben er niet meer echt mee bezig als enige maanden later de telefoon gaat. Joyce nodigt mij uit voor een etentje bij haar thuis. En ze heeft ook haar nicht uitgenodigd. Of ik dat zie zitten. Nou, welke vent wil niet een etentje met twee mooie vrouwen? Dus ik ben helemaal blij met de lieve uitnodiging en ben zo benieuwd naar José.

Op weg naar mijn date koop ik een grote bos bloemen en ik loop daarmee richting het afgesproken adres. Het huis ligt aan een groot water. Als ik vlakbij een kerk zie staan, betekent dat dat ik er bijna ben. Ik voel me best wel nerveus, haal driemaal diep adem en zie ze al voor het raam staan wachten. Terwijl ik aanbel, voel ik me weer rustiger worden. Joyce doet open en staat te stralen in de deuropening.

En dan loop ik naar binnen en is daar die andere mooie vrouw. Wat een heerlijke uitstraling. Ik ben op slag verliefd en denk tegelijkertijd: die krijg ik nooit! Achteraf vertelt José dat zij hetzelfde voelt tijdens onze eerste ontmoeting. Wel een lastige situatie, omdat Joyce naar later blijkt ook verliefd is op mij.

Zij geeft het wel niet met zoveel woorden toe, maar zij ziet wat er tussen mij en José gebeurt en reageert wat geschrokken. Toch gunt zij het ons en blijft heel liefdevol. De verliefdheid tussen José en mij gaat nog dieper. Het voelt alsof zij de liefde van mijn leven is. Wat voel ik me een bofkont. Ik weet gewoon niet wat me overkomt. De komende periode brengen we heel veel tijd met elkaar door.

Het bizarre is dat ik nog een veertiendaagse reis naar Hongarije heb gepland met de Hongaarse Maan, m’n ex-vriendin. De bedoeling daarvan is dat ik op die manier afscheid kan nemen van haar familie. Zij wil dan ook mijn gids zijn en nog een keer samen het Hongaarse platteland ervaren met een huurauto. Maar ja, ik ga inmiddels met José. Hoe zal zij dat vinden? Ik besluit het van haar af te laten hangen.

Als zij het niet ziet zitten, dan ga ik niet naar Hongarije. Maar José heeft alle vertrouwen in ons en vindt het belangrijk dat we op deze manier onze maatjestijd kunnen afsluiten. Zoiets geks heb ik nog nooit meegemaakt. Ik ben stapelverliefd op haar als ik veertien dagen op reis ga naar het thuisland van Maan.

Toch hebben José, Maan en ik het heel goed. Ik heb iedere dag een collect call met José via een ouderwetse telefooncel. Het zal haar een torenhoge rekening opleveren. Ook al heb ik uit nieuwsgierigheid verschillende malen proberen los te peuteren wat nou de exacte hoogte is van de uiteindelijke telefoonrekening, ze heeft het nooit verklapt.

Hoe prachtig onze Hongarijereis ook is, ik mis José enorm. Dat is ook pijnlijk voor Maan, maar we weten natuurlijk ook niet van tevoren waar we aan beginnen. Ik geniet van haar familie en slurp zoveel mogelijk Hongarije op. Als ik verder gegaan zou zijn met haar, dan had ik hier in Hongarije zeker een zomerhuis met een lap grond gekocht. Wat een prachtig land, met vriendelijke mensen.

Inmiddels heb ik van alles en iedereen in Hongarije afscheid genomen. Toch ook wel heel verdrietig om te zien dat haar ouders mij graag als hun schoonzoon hadden gezien. Uiteindelijk zitten we in de trein die ons terugbrengt naar Nederland. José zal ons opwachten op Amsterdam Centraal. Wat gaat de tijd tergend langzaam.

Maan en ik praten nog na over hoe nu verder. Ik zou graag als vrienden verdergaan, maar ook zij is nog verliefd op mij. We spreken af dat ik het met José zal hebben over de situatie, en dat ik Maan zal informeren als ik meer weet. Na een lange slopende reis arriveren we op station Amsterdam Centraal.

Ik stap het perron op en zie daar José staan. Ik excuseer me tegenover Maan en ren naar haar toe. Wat is dit heerlijk, zo vertrouwd. Mijn ouders zijn er ook. Wat een feestje. We nemen allemaal afscheid van elkaar en José en ik gaan heel lang en intens van elkaar genieten. Uiteindelijk pakken we de draad van het gewone leven weer op, en ik ontmoet Maan nog een aantal keren.

Zij is nog steeds verliefd, dus uiteindelijk wil José toch dat ik het verdere contact verbreek. Zij heeft last van de verliefde Maan. Zij staat als het ware tussen ons in. Ik praat hier met Maan over. Zij begrijpt het helemaal en is zo blij met de tijd die we samen hebben gehad. Zij wil de gevoelens van José respecteren en zal mij loslaten. Onze reis van vijf jaar samenwonen is beëindigd!

De polder

In Heerhugowaard wonen in 2000 zo’n eenenvijftigduizend mensen. Eigenlijk kom ik er alleen om mijn zus, mijn neefje en mijn nichtje te bezoeken. Voor de rest ervaar ik geen klik en ik ben altijd weer opgelucht als ik met de trein Heerhugowaard uit rijd. Ik zou er echt nooit willen wonen. Te benauwend.

Hoe anders blijken dingen te kunnen lopen. Ik woon nog in Den Haag en werk in Delft en ik geniet van mijn nieuwe leven. José blijkt samen met haar twee kinderen in Heerhugowaard te wonen. Zo hilarisch!

In het begin reizen we samen heel wat heen en weer, nog even zonder de kinderen. Totdat ik het reizen eigenlijk wel zat ben en met haar in gesprek raak over samenwonen. Maar waar?

Alle ontwikkelingen gaan zo snel, we voelen zoveel liefde voor elkaar. Ik voel me zo compleet mezelf, zo samen met José. De keuze is niet zo moeilijk. We kiezen voor de kinderen, en die wonen in Heerhugowaard. Daar waar hun school is en hun vriendjes en vriendinnetjes wonen. Ik zet mijn huis te koop en al heel snel is het met een mooie winst verkocht.

José heeft na haar scheiding inmiddels een appartement weten te bemachtigen. We knappen het saampjes op en trekken in ons nieuwe onderkomen. Zo spannend allemaal. Wat voel ik me verliefd, ook al blijf ik last houden van mijn stemmingswisselingen.

En dan is daar de ontmoeting met m’n bonuskinderen. Zeven en negen jaar oud. Wat ben ik zenuwachtig. We zien elkaar en er is een warme klik voelbaar. Ineens ben ik bonusvader voor twee kinderen. Wie kan dat zo snel zeggen? En er is een kleintje van ons samen op komst. Ik voel zoveel magische ontroering.

En dan besluiten we ook nog eens om in juni 2001 te gaan trouwen. Alles komt bij elkaar. Ik vind het lastig om te omschrijven wat mijn liefde voor José betekent. Bestaan daar wel woorden voor? Maar dat aanwezige vertrouwen, die onvoorwaardelijke liefde, het geduld, de kwaliteit van luisteren en het mezelf mogen en kunnen zijn, voelt hemels.

Vermoeidheid

Mijn hele ziel en zaligheid gaat in het schrijven van een blogartikel, met minder neem ik geen genoegen. Maar daar heb ik wel energie voor nodig. Een niet aflatende zin in van alles. Maar dat is ver te zoeken. Ik ervaar geen energie en heb geen fut om te draaien op alleen maar wilskracht. Helaas, geen artikel voor deze maand. Ik laat het los.

En dan ineens, vanuit een schijnbaar niets, komt het toch tot een schrijven.

Een voor mij zeer beladen onderwerp;

Vermoeidheid, wat een kwelling.

Niets aan de hand

zou je denken, een kwestie van gewoon beginnen dus

Maar daar laat zich een venijnigheid zien.

Hoe begin ik dan, wat zijn de eerste woorden?

Dat is voor mij dus wel degelijk een kwestie van beginnen met een eerste woord.

De diagnose bipolaire stoornis werd gesteld in oktober 2011.

Vanaf november 2011 heb ik dagboekfragmenten bijgehouden.

Ik neem je mee in mijn wereld van grote sprongen sky high, tot vallen hell deep en het vinden van een levens balans daar tussenin.

Als ik mijn verhaal zo teruglees krijg ik kippenvel en voel ontroering rondom mijn gevecht rechtop te blijven staan.

Een innerlijke noodzaak ervaren van sky high en hell deep, maar dan wel in balans.

Zoveel als mogelijk in ieder geval.

Het is dinsdag 29 november 2011

na het drinken van een kopje espresso, zit ik na in de voortuin.

Ondertussen knabbel ik aan heerlijke pepernoten, en drink ik tussendoor af en toe een slokje bronwater, als een heus ritueel.

Ik ervaar een intense moeheid, doordat er nu pas wat ruimte en rust in mijn lichaam en geest ontstaat.

Een ruimte waarbinnen alles wat is mag zijn.

Van overleven naar leven. Van wilskracht naar zielskracht, van willenkracht naar zielenkracht.

Momenteel is er dus

minuscule ruimte om te laten zijn wat is, incluis mijn vermoeidheid, een loom-sloom-droomgevoel, met een soort van zwaar smoel.

Oogleden die willen sluiten, al mijn wilskracht met lawaai willen muiten.

Een onlosmakelijke verbondenheid met alles en iedereen ervaren, en zowaar eindelijk na bijna vijftig jaar mag ik van mijzelf legaal staren.

Eindeloos, moeiteloos vertrouwen en in liefde loslaten, rust.

Een zwaarte van mijn oogleden, moegestreden.

Zodra ik dit schrijf verdwijnt mijn zwaarte.

Een zwaarte van lijf, een ruimte in geest.

Voor even sluit ik mijn ogen.

om mezelf te beloven alle powernaps op een dag, voelbaar toe te laten.

En te vertrouwen in dankbaarheid op mijn zielskracht.

Maar ja, een activiteit als opstaan is zo confronterend.

Oogleden die willen sluiten

dus dan maar gaan schrijven, zo kan ik bij mijn gevoel blijven.

En daar is die klote vermoeidheid, die allesoverheersende moker en besluit ik alles dat er nu is te laten gebeuren.

Overgave in plaats van nog zoveel willen, hap ik zomaar zittend op mijn fiets, nog even wat frisse lucht. Zonder verder na te denken blijk ik in actie!

Wil en ziel werken weer samen.

Maar dan wel in de 8e en zwaarste versnelling

zo kan ik alleen maar heel langzaam fietsen, het liefst tegen de wind in.

Zo vliegt de wereld door mijn slomige vermoeidheid, tenminste niet alsnog aan mij voorbij.

Ik voel mijn wereld als in slow-motion. Dat gevoel mag er wezen en laat me veel bewuster leven.

Doe mij maar een portie langzaam, langzamer, langzaamst.

Zo helend!

Wil je op de hoogte blijven?