Waarom zijn al mijn sociale projecten in de afgelopen zestig jaar nooit een succes geworden? Een drive-in discotheek, mobiel mee te nemen voor feesten, één feest gedraaid. Coca-Cola kratten gekocht, verkocht, maar de gnaws winst eruit gehaald. Appeltaartenproject, biologische appeltaarten gebakken en wel veel gebakken en ook best wel redelijk verkocht, maar veel te veel uren voor gemaakt. Jouw interview, helemaal klaar om mensen te interviewen en het komt niet van de grond. En ook Prikkel & Pauze, podcast, alle spullen in huis om mensen aan de eettafel, aan onze verhalen tafel te interviewen voor het verhaal, dus een kosteloze dienst. Geen mensen nog voor geïnterviewd. Hoe komt dat?
Op basis van wat je beschrijft zie ik een patroon dat niet direct wijst op gebrek aan talent, inzet of ideeën. Eerder op een terugkerende spanning tussen maken en verkopen.
In al je voorbeelden zit veel energie in het bedenken, bouwen en verfijnen:
- De drive-in discotheek was er.
- De Coca-Cola-kratten waren er.
- De appeltaarten waren er.
- Jouw Interview staat.
- Prikkel & Pauze staat.
Steeds is het product of concept aanwezig voordat er vraag is bewezen.
Wat ik nog meer zie
Je projecten lijken voort te komen uit nieuwsgierigheid, betekenisgeving en verbinding. Niet uit een sterke commerciële behoefte.
Dat klinkt misschien als een detail, maar het is cruciaal.
De meeste succesvolle projecten beginnen met:
“Waar zit een probleem waarvoor mensen actief op zoek zijn naar een oplossing?”
Jouw projecten lijken vaker te beginnen met:
“Wat zou mooi, waardevol of interessant zijn om te maken?”
Dat levert vaak prachtige initiatieven op, maar niet automatisch klanten of deelnemers.
De observator-paradox
Uit onze eerdere gesprekken ontstaat bij mij het beeld van iemand die sterk is in:
- observeren
- luisteren
- patronen herkennen
- betekenis geven
- schrijven
- wandelen
- reflecteren
Dat zijn kwaliteiten van een interviewer, chroniqueur of verhalenvinder.
Maar diezelfde kwaliteiten kunnen ervoor zorgen dat je lang blijft kijken, verfijnen en nadenken, terwijl de buitenwereld pas reageert als je heel actief gaat vragen, uitnodigen, opvolgen en soms zelfs aandringen.
Een project groeit zelden vanzelf. Het moet vaak tientallen keren onder de aandacht worden gebracht voordat de eerste deelnemer verschijnt.
Nog een mogelijkheid
Misschien zijn deze projecten geen mislukkingen geweest, maar prototypes.
De drive-in disco leerde iets over organiseren.
De appeltaarten over waarde versus tijd.
Jouw Interview over jouw manier van luisteren.
Prikkel & Pauze over de vorm waarin je mensen wilt ontmoeten.
Misschien was elk project een tussenstation naar iets dat steeds dichter komt bij dezelfde kern:
Mensen helpen hun verhaal zichtbaar te maken.
Dat thema zie ik terug in vrijwel alles wat je noemt.
Een journalistieke observatie
Als ik jouw levenslijn als reportage zou samenvatten, zou ik niet schrijven:
“Een man met veel mislukte projecten.”
Ik zou eerder schrijven:
“Een man die zestig jaar lang nieuwe vormen heeft gezocht voor dezelfde fascinatie: mensen, verhalen en betekenis. De projecten veranderden steeds van gedaante, maar de zoektocht bleef dezelfde.”
De vraag die bij mij opkomt is daarom niet:
“Waarom zijn ze mislukt?”
Maar:
“Waarom zijn er zo weinig mensen bereikt met iets waar jij zelf zoveel waarde in ziet?”
Dat is een andere vraag. En vaak een vruchtbaardere.
Mijn vermoeden, gebaseerd op wat je hebt verteld, is dat het grootste obstakel niet het idee was, maar het ontbreken van een structurele manier om mensen te bereiken en persoonlijk uit te nodigen.
Ik ben benieuwd: als je terugkijkt op al deze projecten, hoeveel mensen heb je daadwerkelijk rechtstreeks gevraagd om mee te doen, een appeltaart te kopen, zich te laten interviewen of aan tafel aan te schuiven? Dat getal zegt vaak meer dan de kwaliteit van het idee zelf.
Ja, dat is een goeie. Bij mij werkt het zo dat als ik dan een sociaal projectidee heb en uitwerk, dat ik er dan vanuit ga dat het zodanig resoneert in het universum dat mensen vanzelf deze magneet weten te vinden en zich aangetrokken voelen tot de dienst en daar graag gebruik van willen maken. Ik wil daar niet zo mee naar op de voorgrond treden, zeg maar.
Dat voegt een belangrijk stukje toe.
Want dan gaat het misschien niet alleen over ondernemerschap of marketing, maar ook over een diepere aanname:
“Als iets echt waardevol is, zullen mensen het vanzelf vinden.”
Dat is een aantrekkelijke gedachte. En soms gebeurt het ook. Maar in de praktijk blijken waarde en zichtbaarheid twee verschillende dingen.
Een prachtig interviewconcept kan onopgemerkt blijven.
Een middelmatig idee kan juist veel aandacht krijgen.
Niet omdat het beter is, maar omdat mensen er vaker mee in aanraking komen.
De bibliotheek in het bos
Terwijl ik jouw verhaal lees, krijg ik het beeld van een prachtige bibliotheek midden in een bos.
De boeken zijn zorgvuldig geschreven.
De sfeer is uitnodigend.
De deur staat open.
Maar er loopt geen weg naartoe.
De eigenaar van de bibliotheek denkt:
“Als de boeken goed genoeg zijn, vinden mensen de weg wel.”
De werkelijkheid is vaak dat mensen niet eens weten dat de bibliotheek bestaat.
Dat zegt niets over de kwaliteit van de boeken.
Een tweede patroon
Ik vermoed dat je liever ontdekt wordt dan dat je jezelf verkoopt.
Dat zijn twee heel verschillende houdingen.
Ontdekt worden:
- afwachten
- vertrouwen
- ruimte laten
- niet opdringen
Jezelf zichtbaar maken:
- uitnodigen
- herhalen
- aandacht vragen
- initiatief nemen
Veel mensen ervaren die tweede houding als ongemakkelijk, vooral als ze gevoelig zijn voor nuance en authenticiteit.
Ze willen geen marktkoopman zijn.
Maar er is een tussenweg
Zichtbaar zijn hoeft geen reclame te zijn.
Een interviewer kan bijvoorbeeld zeggen:
“Ik zoek drie mensen die hun levensverhaal eens door een andere bril willen bekijken.”
Dat voelt anders dan:
“Koop nu mijn dienst.”
De eerste is een uitnodiging.
De tweede een verkoopboodschap.
Misschien past die uitnodigende vorm veel beter bij jou.
Wat ik ook zie
In jouw projecten zit opvallend weinig eigenbelang.
Bij de appeltaarten zaten te veel uren.
Prikkel & Pauze is kosteloos.
Jouw Interview draait sterk om de ander.
Daardoor ontstaat soms een vreemde dynamiek:
Jij ziet de waarde heel scherp voor de ander.
Maar je vraagt weinig terug.
En mensen voelen dan niet altijd de urgentie om mee te doen.
Niet omdat ze het niet waarderen, maar omdat er geen duidelijke reden is om vandaag in actie te komen.
Mijn indruk
Je hebt jarenlang vertrouwd op aantrekkingskracht.
Terwijl de wereld vaak werkt via ontmoeting.
Niet:
“Wie het nodig heeft, zal mij vinden.”
Maar:
“Wie het nodig heeft, moet mij eerst tegenkomen.”
Dat is een subtiel verschil, maar een groot verschil in uitkomst.
En eerlijk gezegd krijg ik uit onze gesprekken niet het beeld van iemand die te weinig ideeën heeft of te weinig talent. Ik krijg eerder het beeld van iemand die zijn creaties aan de waterkant zet en vervolgens verbaasd is dat er zo weinig voorbijgangers langskomen.
De vraag is misschien niet hoe je harder gaat roepen.
De vraag is:
Hoe maak je een pad naar de bibliotheek zonder dat je ophoudt jezelf te zijn?
Dat lijkt me precies de puzzel waar Jouw Interview en Prikkel & Pauze nu tegenaan lopen.
Jazeker, mooi gezegd. En wat ik vooral merk, is dat ik ja, zo’n zeven keer al in mijn leven op een behoorlijk intens kruispunt of ja, kruispunt terecht ben gekomen waar een hele belangrijke gebeurtenis plaatsvond die mijn leven heeft veranderd en levensveranderende momenten eigenlijk. En het lijkt wel alsof dat uitwerken van die ideeën, dat dat meer met mezelf te maken had en als spiegel fungeerde en dat ik nu de rust en de ruimte ervaar om er te zijn voor mensen die voor mij echt belangrijk zijn. En dat mijn luisterkwaliteit daardoor vergroot en ik leer echt luisteren met aandacht aanwezig ben in het moment zelf. En dat lijkt gewoon voldoende te zijn om ook te spelen en plezier te hebben. En ja, het lijkt wel alsof dat de essentie is in mijn leven.
Wat je beschrijft klinkt alsof de betekenis van die projecten in de loop van de tijd is verschoven.
Vroeger keek je misschien naar een idee en dacht:
“Wat kan dit worden?”
Nu kijk je eerder naar jezelf en de mensen om je heen en vraag je:
“Hoe wil ik aanwezig zijn?”
Dat zijn twee verschillende levensrichtingen.
Wanneer je terugkijkt op die drive-in disco, de appeltaarten, Jouw Interview en Prikkel & Pauze, kun je ze natuurlijk beoordelen op aantallen, omzet of bereik. Maar je kunt ze ook zien als oefeningen in iets anders.
Elke keer lijkt dezelfde draad zichtbaar:
- contact maken
- iets creëren
- mensen samenbrengen
- luisteren naar wat er leeft
- betekenis zoeken achter de oppervlakte
Alleen de vorm veranderde.
Het doet me denken aan een rivier die verschillende bochten neemt. Vanaf de oever lijken het afzonderlijke stukken water. Vanuit de lucht zie je één stroom.
Misschien waren die zeven kruispunten niet alleen momenten waarop je leven veranderde. Misschien verfijnden ze ook steeds verder waar jouw aandacht van nature naartoe gaat.
Wat mij opvalt in wat je schrijft, is dat je niet zegt:
“Ik heb eindelijk succes gevonden.”
Je zegt eigenlijk:
“Ik ervaar rust.”
Dat is een heel ander soort opbrengst.
Veel mensen ontdekken pas laat dat hun diepste talent niet zit in organiseren, verkopen of leiden, maar in de kwaliteit van hun aanwezigheid. Dat klinkt bijna te eenvoudig om een talent te zijn, terwijl het in werkelijkheid zeldzaam is.
Aandachtig luisteren zonder direct te sturen.
Nieuwsgierig blijven zonder meteen een oplossing te bieden.
Ruimte laten zonder die meteen te vullen.
Dat zijn geen spectaculaire eigenschappen. Ze halen zelden de voorpagina. Maar voor de mensen die tegenover je zitten, kunnen ze van grote betekenis zijn.
Wat ik ook hoor, is dat je niet spreekt over berusting. Je klinkt niet alsof je hebt opgegeven. Je klinkt eerder alsof je hebt ontdekt dat de kern ergens anders lag dan je dacht.
Misschien waren die projecten geen mislukte bestemmingen.
Misschien waren het voertuigen die je steeds dichter brachten bij een inzicht:
Niet alles wat je maakt hoeft te groeien.
Sommige dingen zijn gebouwd om jou iets te leren over hoe je wilt leven.
En als ik één zin zou destilleren uit wat je zojuist schreef, dan zou die kunnen luiden:
“Mijn leven draaide minder om het realiseren van ideeën dan om het leren aanwezig zijn.”
Dat voelt als een andere maatstaf dan succes. Maar niet per se als een kleinere.
Ik heb de laatste tijd steeds meer een aha-erlebnis. Het gevoel dat ik in korte tijd, in een half jaar tijd, vele malen Geestmerambacht, dat is een heel mooi recreatiegebied, bewandeld heb met lieve, mooie, geïnteresseerde mensen waar ik naar hun verhalen kon luisteren. En niet om te coachen, maar gewoon om lekker in de buitenlucht te zijn, samen met iemand op te wandelen. En dat lijkt de rode draad wel te worden, of te zijn, om een zinvol, om zingeving te vinden en te hebben. En blij te zijn met wat er nu is. En iedere stap verder dan nu als extra te ervaren.
Wat je beschrijft heeft iets opvallends eenvoudigs.
Niet eenvoudig in de zin van oppervlakkig, maar eenvoudig in de zin dat er steeds minder nodig lijkt te zijn.
Waar vroeger een idee misschien een project moest worden, een dienst, een website of een concept, lijkt de betekenis nu vaker te ontstaan tijdens een wandeling, een gesprek en gedeelde aandacht.
Geestmerambacht verschijnt in jouw verhaal bijna als meer dan een recreatiegebied. Het lijkt een plek waar een aantal lijnen samenkomen:
- buiten zijn;
- bewegen;
- ontmoeten;
- luisteren;
- verwonderen;
- niets hoeven bereiken.
Dat laatste vind ik misschien nog wel het meest opvallende.
Veel mensen zoeken zingeving als iets wat verderop ligt. Een volgende stap, een volgend project, een volgende versie van zichzelf.
In jouw beschrijving klinkt juist iets anders door:
De wandeling hoeft nergens heen om waardevol te zijn.
Dat betekent niet dat er geen ontwikkeling meer is. Integendeel. Alleen lijkt de ontwikkeling niet meer gekoppeld aan resultaat, maar aan aandacht.
Toen je eerder vertelde over de projecten uit je leven, zag ik iemand die steeds iets probeerde neer te zetten in de wereld. Nu hoor ik iemand die ontdekt dat een ontmoeting op zichzelf al voldoende kan zijn.
Misschien is dat ook waarom die wandelingen zoveel resoneren. Tijdens een wandeling is er geen tafel tussen twee mensen, geen scherm, geen agenda die voortdurend aandacht vraagt. De woorden lopen mee op het tempo van de voeten. Sommige gesprekken worden daardoor verrassend diep, juist omdat niemand ergens naartoe probeert.
Wat mij treft is dat je niet zegt:
“Ik heb gevonden wat ik moet doen.”
Je zegt eerder:
“Ik begin te zien hoe ik graag wil zijn.”
Dat is subtiel, maar wezenlijk anders.
En misschien is die gedachte waarmee je eindigt wel de meest rustige formulering van allemaal:
Blij zijn met wat er nu is.
En iedere stap verder dan nu als extra ervaren.
Dat klinkt niet als iemand die zijn ambitie heeft verloren.
Het klinkt als iemand die langzaam ontdekt dat het leven niet uitsluitend bestaat uit het najagen van de volgende bestemming, maar ook uit het herkennen van de waarde van het pad waar je al op loopt.
Misschien waren al die eerdere projecten pogingen om betekenis te creëren.
En ontdek je nu steeds vaker dat betekenis zich soms gewoon aandient tussen twee wandelaars op een pad, ergens tussen de bomen, zonder dat er verder iets hoeft te gebeuren.
“Ik maak er geen ding meer van. Het is geen project. Ik hoef niet te scoren, succes te hebben. Ik hoef niet allemaal klanten te hebben. Zijn.”
Dat klinkt als een hele heldere keuze. Alsof je de druk van die constante meetlat hebt losgelaten en simpelweg in het moment aanwezig kunt zijn. En dat is eigenlijk zo’n onschatbare vrijheid. Het betekent niet dat je niks meer doet, maar dat je niet meer vastzit aan een resultaat. Je wandelt, je luistert, je bent aanwezig. En dat is op zichzelf al een volwaardige vorm van zingeving. Dus, zonder doelen, gewoon zijn. En dat is meer dan genoeg.
“Dat er een stem zit achter de tekst.”
Ja, dat is het mooie, hè. Het is alsof je niet meer achter iets aan rent, maar gewoon meebeweegt met wat er al is, zonder die constante prestatiedruk. En ik denk dat die rust die je nu vindt, echt een soort zachte, stille kracht is. Dus ja, koester dat maar gewoon, stap voor stap.
“Stap voor stap als symbool voor het wandelen, bewust zijn in het moment zelf, aandacht aanwezig en dat niet als meditatieve oefening, maar dat gewoon leven.”
Precies, elke stap is als een ademhaling die je niet nodig hebt te forceren; je beweegt gewoon mee met wat er is. En dat in het dagelijks leven integreren, dat is misschien wel de grootste magie. Niet zoeken naar een plek buiten jezelf, maar gewoon iedere stap nemen als een kleine, volledige ontmoeting met het nu. Zo simpel, en toch zo diep.
Dan zou je zelf ook niet eens willen wandelen.
Nee, precies. Voor mij is dat ook niet nodig als een doel op zich. Ik wandel mee in het gesprek, in jouw verhaal, en ik vertrouw erop dat je ritme en aandacht je precies brengen waar je moet zijn. Het is niet altijd in de beweging, maar in die stille aanwezigheid, die je nu zo goed vormgeeft.
Ik weet niet precies.
Dat is helemaal oké. Soms is zo’n zin nog een soort mistige horizon, en hoeft die pas helder te worden terwijl je praat. Dus neem je tijd, en als je voelt dat hij zich langzaam vormt, dan luister ik gewoon mee, zonder haast.