Mijn eerste liefde

Na heerlijk te hebben getennist, zie ik in mijn ooghoek een prachtig meisje. Vooral haar bijna sprookjesachtig witte haren vallen mij direct op. Zij is een vriendin van een van mijn tennismaatjes. In de loop van de tijd kom ik erachter dat zij al een vriendje heeft. Balen.

Maar als bij toverslag gaat deze verkering uit. Lente is zo mooi en dat maakt mij behoorlijk verlegen. Kan zo’n mooi meisje ook verliefd worden op een puberjongen zoals ik?

En ja hoor, uiteindelijk worden we smoorverliefd op elkaar. Mijn eerste echte vriendinnetje. Wat een rijkdom. Ze is zo’n onwijze lieverd. Bijna te lief. Voor mij breekt een heuse leerschool aan. Haar liefde is zo puur. Ik ben zestien jaar, en Lente is twee jaar jonger. Door me kwetsbaarder op te stellen, word ik stukje bij beetje minder onzeker. Als puber jagen de zenuwen door mijn lijf.

Ik werk op zaterdagen in een supermarkt en Lente komt me na m’n werkdag trouw ophalen. Terugfietsend kletsen we lekker bij en ik ga dan altijd brood eten bij haar ouders en lieve zus. Aan een rijkelijk gevulde tafel gaan de verhalen heen en weer.

Haar vader is behoorlijk streng. Zodoende krijg ik regelmatig vragen over hoe het met mijn studie gaat. Lastig te beantwoorden, omdat er zo’n druk komt te liggen op presteren. In de kern zie ik gelukkig wel dat Lentes vader een warm hart heeft.

Moeder houdt alles in het liefdevol gareel. Dat maakt dat ik me ook kwetsbaar durf op te stellen. Ik vertel haar vader dat ik niet graag naar school ga. Ik ben wel nieuwsgierig, en excentrieke mensen boeien me mateloos, maar die vind ik niet op school.

Haar vader vertrouwt me wel en dat vind ik het belangrijkste. Twee jaar verder heb ik net m’n rijbewijs gehaald, en dan mag ik bijvoorbeeld gewoon in zijn auto rijden. En als de familie met hun motorjacht naar Parijs gaat, wordt me gevraagd of ik het leuk vind om mee te gaan. Nou echt wel.

Achteraf bezien heb ik deze aangeboden zomerreis danig onderschat. De vierkante meters zijn beperkt, en als je een behoorlijk strak vaarschema hanteert, dan kun je niet zomaar even afmeren voor een paar uur vasteland onder je voeten.

Maar veel heftiger is het feit dat er echt hete dagen zullen zijn, terwijl ik me nog niet van mijn bipolaire stoornis bewust ben. Zweten dus en een zout tekort. Maar Lente is zo’n schatje en wat is ze mooi, zeker als ze zo bruin kleurt van de zon. En dan haar hoogblonde haren. Door haar zijn alle perikelen hanteerbaar.

Totdat we op zeker moment de diepste sluis van Nederland naderen en het jacht de sluis van Maasbracht in vaart. De touwen worden om de bolder geslingerd. Tegenwoordig zijn er drijfsystemen voor. De bolder gaat op en neer mee met de verandering van het waterpeil. Maar die waren er toen niet. We wachten tot het water bijna twaalf meter gezakt is.

De eerste meters gaan prima, totdat we erachter komen dat de lijnen te kort zijn. Totale paniek, want op deze manier zal het schip aan de lijnen blijven hangen, met alle gevolgen van dien. Pa begint te vloeken, maar heeft een geweldige tegenwoordigheid van geest. Hij sprint naar binnen, haalt een groot mes uit het keukentje en snijdt de touwen door.

Touwen die op spanning staan doorsnijden is levensgevaarlijk: de touwen worden ongeleide projectielen. Daardoor kunnen er ernstige ongelukken gebeuren, waarbij van alles doorklieft wordt. We rennen allemaal in een fractie van een seconde weg van de touwen. Het schip hangt zo’n anderhalve meter boven het sluiswater en knalt met een klap naar beneden.

Niemand raakt gewond en het schip is niet beschadigd. Onze tocht wordt vervolgd. Wat zijn we opgelucht dat dit ‘hangavontuur’ goed is afgelopen. Na het hele gebeuren zit iedereen wat bedrukt te staren terwijl we alweer naar de volgende sluis aan het varen zijn. Ik heb dat echt totaal onderschat.

Zoveel sluizen en zoveel saaie lange rechte stukken door kanalen. Ik overweeg onderweg nog wel om aan land te gaan en terug naar huis te reizen. Maar Lente dan, die wil ik niet missen.

Uiteindelijk is het een pracht van een levenservaring. Lente is liefdevol en geduldig. Samen hebben we het heerlijk. De zomervakantie is alweer zo goed als voorbij en het echte leven begint weer. Het lastige is dat Lente en ik twee jaar in leeftijd verschillen. Inmiddels ben ik achttien en Lente zestien. Ik mag dus niet met haar vrijen.

Technisch gezien zou ik dan met een minderjarige vrijen en dus strafbaar zijn voor de wet. Ik krijg die beperkende gedachte maar niet uit mijn hoofd. Nou kun je natuurlijk op vele manieren ook fysiek van elkaar genieten, maar voor mij is het niet genoeg. Wat voel ik me een egoïst. Lente wordt er heel onzeker van. Dat vind ik nog het ergste, haar pijn te doen met mijn drang. Toch overheersen mijn gevoelens en willen ze gehoord worden. En natuurlijk heeft dat niets te maken met vrijen of niet. Maar dat begrijp ik dan nog niet!

Ik neem het vreselijke besluit het uit te maken. Nu ik deze zinnen aan dit boek toevertrouw, voel ik weer knellende draaiingen in mijn buik. Er is zoveel onmacht bij Lente, maar ook bij mijzelf. Ze is er helemaal stuk van. Ze raakt totaal in paniek. Ik voel me een monster. Na nog wat dappere pogingen van Lente om mij te laten inzien dat ik een verkeerde beslissing heb genomen, blijf ik bij mijn besluit.

Uiteindelijk is het mooie van het verhaal dat Lente al vanaf de eerste dag een warme band krijgt met mijn ouders. Tot op de dag van vandaag komen ze elkaar zo heel af en toe tegen bij de coffeeshop van de banketbakkerswinkel en ze is dan nog net zo blij om mijn ouders te zien als die eerste keer. En ja, zij is gelukkig, heeft kinderen en is nog steeds een mooie vrouw om te zien.

Leven met een diagnose

In de zomer van 2007 krijg ik een pracht van een baan bij een nieuwe werkgever. Het zal mijn laatste worden. Ik ga voor een visie-gestuurde organisatie werken. Alle mensen zijn gelijkwaardig en elk mens is uniek.

Wat een mooie opmaat naar tien intensieve werk- en privéjaren. Het zal nog vier jaar duren voordat er bij mij uiteindelijk de diagnose bipolair kan worden vastgesteld. In die tien jaar tijd werk ik als individueel begeleider en cliëntbegeleider.

Voor mijn collega’s is mijn stoornis vaak een last. Veel collega’s begrijpen mij niet. Ze vinden me geen doorzetter. Mijn schaamte voor het feit dat ik mensen blijkbaar zo tot last kan zijn, is eigenlijk niet op zijn plaats. Mijn stoornis is geen mentale kwestie, maar een biologische.

Dit verhaal over mijn ervaringen op de werkvloer is belangrijk voor mij. Vooral wil ik er aandacht en begrip mee vragen van mijn oude werkgevers voor medewerkers met een psychisch ziektebeeld.

Stigmatisering op de werkvloer is een meer besproken thema geworden de afgelopen tien jaar. Mijn onwetendheid en die van vele ex-collega’s, en het daarmee gepaard gaande gevoel van onmacht, heeft diepe indruk op me gemaakt.

Ik heb me vaak onzeker en kwetsbaar gevoeld. Mijn oude werkgevers hebben mij ook de kans gegeven zelf met creatieve oplossingen te komen.

Bijvoorbeeld door op zoek te gaan naar een onafhankelijk personal coach. Na lang zoeken heb ik haar gevonden. Het mooie van deze jarenlange coaching is dat er inmiddels een vriendschap aan het ontstaan is.

Ik voel dat ik eindelijke afscheid van het pedagogisch werk bij mijn werkgever kan nemen. Door mijn nieuwe schrijverswerk komt ook mijn privéleven weer in balans.

Begrip vormt het centrale thema bij het afscheid. Als er geen wederzijds begrip is, dan is er ook geen respect voor elkaars situatie. Voor begrip heb ik hard moeten knokken.

Anno 2018

En wat een turbulent anderhalf jaar, zo samen met gezin, vrienden en familie. Vanaf juni 2017 ben ik gestopt met het werken voor een werkgever. Wat een vrijheid.

Als eigen baas kan ik makkelijker mijn levens- en werkritme vinden. Ik besluit over mijn bipolair leven te schrijven. Via mijn blogsite, LinkedIn en Google publiceer ik artikelen. Met de artikelen en de reacties daarop begint mijn bipolaire leven ook een digitale plek te krijgen.

Het vormt een mooie aanzet tot het uitgeven van mijn autobiografie. En er heeft nog een ‘levensveranderende gebeurtenis’ plaatsgevonden: ik heb de kracht van ondersteunende natuurlijke oliën leren gebruiken. Het schrijven en de oliën blijken in mijn beleving onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Het verhaal

Mijn partner heeft haar eigen massagepraktijk. Tijdens de massage wil ze voor de klanten de hoogste kwaliteit oliën gebruiken. Maar er zijn vele leveranciers.

Er vindt een zoektocht plaats langs deze leveranciers. En dan ontdekt ze de zuiver natuurlijke oliën. Er gaat een wereld open. Het verschil met de andere oliën is behoorlijk.

Zo werken ze met bloemen en planten van eigen boerderijen. De grond waarop de bloemen en planten gekweekt worden, is zorgvuldig uitgezocht.

De meest optimale grondsamenstelling zorgt voor de constante topkwaliteit van deze honderd procent natuurlijke oliën.

Ook zijn er partners met boerderijen die gecertificeerd zijn. Zij dragen een kwaliteitslabel, het bewijs van een strikt ‘productieproces’ om zuiverheid en veiligheid te garanderen, vanaf het moment dat de zaadjes gekozen worden tot het moment dat de producten in mijn handen liggen.

Dit unieke proces onderscheidt zich van andere. Er wordt toezicht gehouden op iedere fase van het proces om er zeker van te zijn dat iedereen zuivere etherische oliën en producten ontvangt die nergens anders te vinden zijn.

Het voelt voor ons alsof we in een soort olie-familie terecht zijn gekomen, waarbinnen zuiver natuurlijke producten gebruikt worden als een manier van leven.

Het gebruik van de oliën gaat als vanzelf. Inmiddels hebben we al heel wat van de zeshonderd zuiver natuurlijke producten uitgeprobeerd.

Een aantal oliën inspireren en motiveren mij om ze verder uit te proberen, en dan vooral de oliën die mij bijvoorbeeld minder doen snurken.

Hierdoor kan mijn partner beter doorslapen, en ook mijn kwaliteit van slapen verbetert met minstens vijftig procent. Ik word niet meer zo moe wakker. Dat betekent dat ik dus ook meer energie door de dag heen ervaar.

Als ik thuis werk, maak ik regelmatig gebruik van een diffuser. Dit apparaat vernevelt de olie. Het ziet eruit alsof er een soort mist uit de opening van de glazen bol komt.

De verneveling ontstaat echter door een sensor die voor ultrasone trillingen in het water zorgt. Hoe hoger de zuurtegraad van de olie, hoe meer de diffuser vernevelt. Zo ingenieus. De hele woonkamer geurt naar de uitgekozen olie.

Waar ik ook echt blij van word, is het maken van mijn eigen parfum. Ik gebruik een samenstelling van zes oliën en een blend met de naam Dreamcatcher. De blend bestaat weer uit zo’n dertien oliën. Het mengsel van alle druppels bij elkaar vul ik af met zuivere alcohol.

De geur van mijn parfum kan ik het beste omschrijven als kruidig met een tikje citrus. Niemand anders heeft deze geur. Ik ben benieuwd, er zijn nog zo’n tweehonderd oliën te ontdekken. Ook zijn er nog 480 andere zuiver natuurlijke producten te bestuderen. Dat voelt als feest.

Mijn partner is enthousiast en gepassioneerd met haar oliën aan het werk. Dat werkt voor vele mensen aanstekelijk.

Door de hoge kwaliteit betaal je over het algemeen ook meer dan bij andere etherische oliën. Als mensen zeggen dat ze de oliën zo duur vinden, dan reageren wij meestal door uit te leggen dat de producten voor ons een hoge waarde hebben. Je investeert ermee in je welzijn. Zo laat je zien dat je daar ook meer geld voor over hebt.

De producten ondersteunen mijn lichamelijk en mentaal welzijn optimaal. Ik voel me daardoor zelfverzekerder. Mijn bipolaire stoornis betekent niet langer meer overleven. Ik leef en durf daarmee ook naar buiten te treden.

Diverse mensen om mij heen willen dat ik mijn verhaal vertel en naar buiten breng. Zo kunnen andere mensen wellicht steun en hoop halen uit mijn verhaal.

Dan hoeven ze minder te overleven. Vooral mijn oude bedrijfsarts en mijn psychiater motiveren mij. Mijn boek Bipolair. Mijn geheim over leven is geboren. Ik ga beginnen met het schrijven van mijn autobiografie.

Elektrotherapie

Een laatste gebeurtenis op de lagere school die op mijn netvlies gebrand staat, vindt plaats als we net voor de zomervakantie buiten ‘sliertentik’ spelen. Iemand begint door een ander te tikken. Dan moeten ze met z’n tweeën elkaars hand vasthouden, zodat de derde getikt kan worden. En zo gaat het verder.

Ik schat dat er een sliert van zes of zeven kinderen getikt is als ik als laatste nog afgetikt moet worden. Veel klaslokaalramen staan naar buiten toe open vanwege het warme weer.

Ik besluit mijn schoenklompen uit te doen zodat ik harder kan rennen. Door de hoge snelheid vlieg ik uit de bocht. Met mijn rechterhand probeer ik mezelf via het raamkozijn af te weren. In plaats daarvan schiet ik met mijn linker arm door het glas. Ik voel het glas door mijn arm heen snijden.

Het gevolg is dat m’n arm openligt en ik hevig bloedend begin te schreeuwen. Ik ren naar binnen, waar mijn leraar zo snel als hij kan een theedoek om mijn bovenarm draait. Zo kan hij de ergste bloeding stelpen.

Onze directeur besluit dat het te lang duurt om een ambulance te laten komen. Ik word in de auto van een van de leraren gezet en met spoed naar het ziekenhuis zo’n vier kilometer verderop gebracht.

Mijn ouders worden op de hoogte gebracht en komen direct naar het ziekenhuis. Inmiddels ben ik al een aantal liter bloed verloren en de neuroloog vertelt mijn ouders dat hij bang is dat hij mijn arm niet kan behouden en tot amputatie over zal moeten gaan. Hij wil nog een poging wagen en wat een geluk: na vijf uur hebben ze alles kunnen hechten en me weer van voldoende bloed kunnen voorzien.

Na een jaar elektrotherapie, begeleid door een liefdevolle therapeut en met fantastische begeleiding van mijn moeder, begin ik zelfs weer gevoel te krijgen in mijn vingers. Het gevoel is er grotendeels uit omdat mijn zenuwen afgesneden zijn.

De specialist vindt het te riskant om een lange operatie van zo’n acht uur uit te voeren om mijn zenuwen weer te verbinden. Uiteindelijk groeien zenuwen vanzelf weer aan. Super langzaam, nog geen millimeter per jaar, maar zo kunnen we een operatie vermijden.

En uiteindelijk, jaren verder, is het gevoel inderdaad zo goed als hersteld. Als ik nu in een vinger van mijn linkerhand knijp, lijkt het net of ik in een soort olifantshuid knijp. De hele gebeurtenis laat een diepe indruk bij me achter.

Het leuke is dat ik al heel wat jaren verzot ben op lego. Het spelen met legoblokken helpt mij bij mijn revalidatieproces. Ik moet weer helemaal opnieuw mijn vingerspieren leren gebruiken.

Inmiddels heb ik de leeftijd dat ik me helemaal stort op technisch bouwen, bijvoorbeeld een vuurtoren met een draaiende kop die lichtbalken ver laat schijnen. Op zeker moment doe ik met mijn vuurtoren mee aan een grote legowedstrijd. Met mijn derde plaats ben ik zo waanzinnig blij.

Ik mag op het grote podium voor in een stadsbioscoop komen staan. Een applaus in ontvangst nemen voelt raar. Normaliter ben ik als legobouwer in mijn eentje aan het bouwen, en nu sta ik in een volle bioscoop. Wat een gaaf moment.

Agressie in 288 woorden

Met mijn dikke billen zit ik op het gras van onze achtertuin, zwaaiend naar wie voorbijkomt over het smalle paadje. Zolang ik mezelf kan herinneren, ben ik gek op mensen. Ze blijven me boeien met hun diversiteit aan gedragingen. Inmiddels vijftig plus onderzoek ik nog steeds gepassioneerd het menselijk gedrag. Uitermate fascinerend. Mijn vertrouwen in de mens is eindeloos.

De eerste vertrouwensdeuk die ik mij herinner ontstaat op de lagere school. In een hogere klas zit een beruchte scholier. Hij is een eersteklas onbetrouwbaar iemand. Ik ben een uitermate gevoelig kind en dus een gemakkelijke prooi. Hij daagt me uit, maar ik negeer hem. Daardoor wordt hij nog fanatieker, want hij wil nu natuurlijk geen gezichtsverlies lijden.

Uiteindelijk besluit ik van hem weg te lopen en zo snel mogelijk hulp te zoeken bij de leraren die in de lerarenkamer aan het pauzeren zijn. Ik ga het schoolgebouw binnen richting de leraren. Ik voel dat hij me achternaloopt. Inmiddels ben ik er bijna. En dan, als vanuit het niets, duikt hij boven op me en slaat zijn arm om mijn nek.

Hij trekt me achterover, zodat ik bijna stik. Met voor mijn gevoel mijn laatste beetje adem schreeuw ik piepend en toch zo hard ik kan om hulp. Twee leraren komen me bevrijden van de wurgende arm. Ik word ontzet en de beruchte scholier krijgt straf.

Ik voel me nog lange tijd angstig. Bang dat me uit onverwachte hoek iets naars staat te gebeuren. Van de agressor heb ik gelukkig geen last meer.

Toch blijf ik de rest van mijn lagereschooltijd het gevoel houden een vreemde eend in de bijt te zijn. Ik heb wel een paar vriendjes en vriendinnetjes. Bij hen voel ik me heel veilig.

Straatvrees

Ik ben achttien jaar en ga met een aantal vrienden op stap in de stad. We zijn op weg naar ons favoriete grand café. Op vijf minuten afstand van het café wordt er vanaf de overkant van de straat naar ons geroepen. Niemand van ons groepje reageert. Omdat we niet reageren, roepen ze opnieuw. Dit keer is de toon agressief. Ik reageer met de vraag wat er nou eigenlijk is. Dat had ik beter niet kunnen doen.

Het gaat ineens allemaal heel snel. Ik ren aan de overkant van de straat voor mijn leven. Mijn vier vrienden zijn hem gesmeerd. In de spiegeling van de winkelruit zie ik dat er twee skinheads achter mij aan komen. Als we op volle snelheid rennen, neem ik een besluit. In een fractie van een seconde stop ik heel plotseling en draai me razendsnel om. Ik stomp een van die gasten in z’n gezicht, duw hem op de grond en ren daarna weer zo hard ik kan weg.

Ik raak in lichte paniek als ik constateer dat ik te maken heb met pezige mannen die gewatteerde bomberjacks dragen en kaalgeschoren schedels hebben. Degene die ik tegen de grond gewerkt heb laat zijn maat achter mij aan rennen. Als ik eenmaal de hoek om kan, staan daar ineens meerdere skinheads mij op te wachten.

Het blijft lastig en emotioneel om het vervolg te vertellen, maar het delen helpt mij ook weer bij het verder verwerken van mijn opgedane angsten. Ik word bij mijn haren gepakt en vervolgens slaan ze mijn voorhoofd keer op keer op de motorkap van een auto. Gelukkig lukt het me om mijn rechterarm onder mijn voorhoofd te leggen, waardoor de klappen niet zo hard aankomen.

Dan blijkt een van die gasten een steen in z’n hand te hebben. Hij beukt daarmee op mijn voorhoofd. Ik voel het bloed over mijn hoofd stromen. Ineens hoor ik hondengeblaf en ik schrik me wezenloos: shit, ze gaan die toch niet op mij afsturen? Het blijken politiehonden te zijn. De politiemannen ontzetten mij, en de skinheads slaan op de vlucht. Uit de kerk aan de overkant van de straat komt een priester om mij op te vangen. De ambulance is onderweg.

Eenmaal in de ambulance kom ik wat tot rust en begin te huilen. In het ziekenhuis hechten ze mijn hoofdwond, en als dat klaar is – inmiddels is het drie uur in de ochtend – mag ik naar huis bellen. Mijn lieve vader komt me halen, en als we in de auto zitten, blijven we stil. Het is een wonderbaarlijk ontspannende stilte. Ik hoef me niet te verantwoorden, mijn vader luistert als ik wat vertel. Mijn ouders zijn vooral geschrokken en blij dat ik weer thuis ben gekomen.

Mijn herstel gaat bedroevend traag. Ik genees fysiek heel rap, maar mentaal voel ik me een wrak. Mijn zelfvertrouwen heeft een enorme deuk opgelopen. Mijn moeder helpt mij weer naar buiten te gaan. Kleine stukken wandelen en de volgende dag weer iets verder proberen.

Na verloop van tijd wil de stadsrecherche dat ik aangifte van mishandeling doe en een fotoconfrontatie onderga. Samen met mijn vader meld ik me bij de receptie van het politiehoofdkantoor in de stad. Ik ben nog steeds bont en blauw en loop met een mank been. De receptiemedewerkster vraagt ongeïnteresseerd of de verwondingen zichtbaar zijn. Maar echt op een toon van: daar hebben we weer zo’n zogenaamd slachtoffer. Terwijl we naar de ruimte lopen waar de foto’s worden ingezien, komt er een rechercheur aanlopen die zegt: ‘Ja, die vechtpartijen in de stad. Het worden er steeds meer. Waarom moeten jullie toch altijd vechten?’

Ik kijk mijn vader aan. Na wat foto’s te hebben bekeken en niks gevonden te hebben, besluiten we zo snel mogelijk uit die beklemmende sfeer te komen en niet verder te gaan met die foto’s. Ook in het doen van aangifte heb ik geen vertrouwen meer. De politie doet nog een poging om ons terug te roepen, maar daar trappen mijn vader en ik niet in. Wat een stel zielige, respectloze en vooral vermoeide onwetende mensen. Is dat de normale gang van zaken? Ik voel me intens verdrietig en machteloos.

Een jaar na de gebeurtenis ben ik zover om met mijn moeder helemaal naar de stad te gaan. Wat een hel, maar ik wil echt doorzetten.

De maanden daarna blijven we dat doen, en op zeker moment schrik ik me wezenloos: ik zie een van de skinheads. Ik deel dat met mijn moeder, en we besluiten niets met de situatie te doen. Mijn schrik is snel verdwenen, en we gaan niet naar huis maar blijven in de stad. Wat een overwinning!

Liefde van mijn leven

Als ik op zeker moment bij Joyce, een vriendin, aan het bijpraten ben, komt er een foto voorbij. Daarop zie ik een bijzonder aantrekkelijke vrouw, samen met Joyce. Ze lacht en zegt dat dat haar nicht José is. Deze nicht heeft op zeker moment mijn stem beluisterd via de voicemail van Joyce en zei toen tegen haar: ‘Van wie is die stem? Wat een sexy stem! Die man wil ik wel ontmoeten!’

Ik ben er niet meer echt mee bezig als enige maanden later de telefoon gaat. Joyce nodigt mij uit voor een etentje bij haar thuis. En ze heeft ook haar nicht uitgenodigd. Of ik dat zie zitten. Nou, welke vent wil niet een etentje met twee mooie vrouwen? Dus ik ben helemaal blij met de lieve uitnodiging en ben zo benieuwd naar José.

Op weg naar mijn date koop ik een grote bos bloemen en ik loop daarmee richting het afgesproken adres. Het huis ligt aan een groot water. Als ik vlakbij een kerk zie staan, betekent dat dat ik er bijna ben. Ik voel me best wel nerveus, haal driemaal diep adem en zie ze al voor het raam staan wachten. Terwijl ik aanbel, voel ik me weer rustiger worden. Joyce doet open en staat te stralen in de deuropening.

En dan loop ik naar binnen en is daar die andere mooie vrouw. Wat een heerlijke uitstraling. Ik ben op slag verliefd en denk tegelijkertijd: die krijg ik nooit! Achteraf vertelt José dat zij hetzelfde voelt tijdens onze eerste ontmoeting. Wel een lastige situatie, omdat Joyce naar later blijkt ook verliefd is op mij.

Zij geeft het wel niet met zoveel woorden toe, maar zij ziet wat er tussen mij en José gebeurt en reageert wat geschrokken. Toch gunt zij het ons en blijft heel liefdevol. De verliefdheid tussen José en mij gaat nog dieper. Het voelt alsof zij de liefde van mijn leven is. Wat voel ik me een bofkont. Ik weet gewoon niet wat me overkomt. De komende periode brengen we heel veel tijd met elkaar door.

Het bizarre is dat ik nog een veertiendaagse reis naar Hongarije heb gepland met de Hongaarse Maan. De bedoeling daarvan is dat ik op die manier afscheid kan nemen van haar familie. Zij wil dan ook mijn gids zijn en nog een keer samen het Hongaarse platteland ervaren met een huurauto. Maar ja, ik ga inmiddels met José. Hoe zal zij dat vinden? Ik besluit het van haar af te laten hangen.

Als zij het niet ziet zitten, dan ga ik niet naar Hongarije. Maar José heeft alle vertrouwen in ons en vindt het belangrijk dat we op deze manier onze maatjestijd kunnen afsluiten. Zoiets geks heb ik nog nooit meegemaakt. Ik ben stapelverliefd op haar als ik veertien dagen op reis ga naar het thuisland van Maan.

Toch hebben José Maan en ik het heel goed. Ik heb iedere dag een collect call met José via een ouderwetse telefooncel. Het zal haar een torenhoge rekening opleveren. Ook al heb ik uit nieuwsgierigheid verschillende malen proberen los te peuteren wat nou de exacte hoogte is van de uiteindelijke telefoonrekening, ze heeft het nooit verklapt.

Hoe prachtig onze Hongarijereis ook is, ik mis José enorm. Dat is ook pijnlijk voor Maan, maar we weten natuurlijk ook niet van tevoren waar we aan beginnen. Ik geniet van haar familie en slurp zoveel mogelijk Hongarije op. Als ik verder gegaan zou zijn met haar, dan had ik hier in Hongarije zeker een zomerhuis met een lap grond gekocht. Wat een prachtig land.

Inmiddels heb ik van alles en iedereen in Hongarije afscheid genomen. Toch ook wel heel verdrietig om te zien dat haar ouders mij graag als hun schoonzoon hadden gezien. Uiteindelijk zitten we in de trein die ons terugbrengt naar Nederland. José zal ons opwachten op Amsterdam Centraal. Wat gaat de tijd tergend langzaam.

Maan en ik praten nog na over hoe nu verder. Ik zou graag als vrienden verdergaan, maar zij is nog verliefd op mij. We spreken af dat ik het met José zal hebben over de situatie, en dat ik Maan zal informeren als ik meer weet. Na een lange slopende reis arriveren we op station Amsterdam Centraal.

Ik stap het perron op en zie daar José staan. Ik excuseer me tegenover Maan en ren naar haar toe. Wat is dit heerlijk, zo vertrouwd. Mijn ouders zijn er ook. Wat een feestje. We nemen allemaal afscheid van elkaar en José en ik gaan heel lang en intens van elkaar genieten. Uiteindelijk pakken we de draad van het gewone leven weer op, en ik ontmoet Maan nog een aantal keren.

Zij is nog steeds verliefd, dus uiteindelijk wil José toch dat ik het verdere contact verbreek. Zij heeft last van de verliefde Maan. Zij staat als het ware tussen ons in. Ik praat hier met Maan over. Zij begrijpt het helemaal en is zo blij met de tijd die we samen hebben gehad. Zij wil de gevoelens van José respecteren en zal mij loslaten. Onze reis van vijf jaar samenwonen is beëindigd!

De polder

In Heerhugowaard wonen in 2000 zo’n eenenvijftigduizend mensen. Eigenlijk kom ik er alleen om mijn zus, mijn neefje en mijn nichtje te bezoeken. Voor de rest ervaar ik geen klik en ik ben altijd weer opgelucht als ik met de trein Heerhugowaard uit rijd. Ik zou er echt nooit willen wonen. Te benauwend.

Hoe anders blijken dingen te kunnen lopen. Ik woon nog in Den Haag en werk in Delft en ik geniet van mijn nieuwe leven. José blijkt samen met haar twee kinderen in Heerhugowaard te wonen. Zo hilarisch!

In het begin reizen we samen heel wat heen en weer, nog even zonder de kinderen. Totdat ik het reizen eigenlijk wel zat ben en met haar in gesprek raak over samenwonen. Maar waar?

Alle ontwikkelingen gaan zo snel, we voelen zoveel liefde voor elkaar. Ik voel me zo compleet mezelf, zo samen met José. De keuze is niet zo moeilijk. We kiezen voor de kinderen, en die wonen in Heerhugowaard. Daar waar hun school is en hun vriendjes en vriendinnetjes wonen. Ik zet mijn huis te koop en al heel snel is het met een mooie winst verkocht.

José heeft na haar scheiding inmiddels een appartement weten te bemachtigen. We knappen het saampjes op en trekken in ons nieuwe onderkomen. Zo spannend allemaal. Wat voel ik me verliefd, ook al blijf ik last houden van mijn stemmingswisselingen.

En dan is daar de ontmoeting met m’n bonuskinderen. Zeven en negen jaar oud. Wat ben ik zenuwachtig. We zien elkaar en er is een warme klik voelbaar. Ineens ben ik bonusvader voor twee kinderen. Wie kan dat zo snel zeggen? En er is een kleintje van ons samen op komst. Ik voel zoveel magische ontroering.

En dan besluiten we ook nog eens om in juni 2001 te gaan trouwen. Alles komt bij elkaar. Ik vind het lastig om te omschrijven wat mijn liefde voor José betekent. Bestaan daar wel woorden voor? Maar dat aanwezige vertrouwen, die onvoorwaardelijke liefde, het geduld, de kwaliteit van luisteren en het mezelf mogen en kunnen zijn voelt hemels.

Mood swings

Ik ga met dit artikel niet op de stoel zitten van een arts of therapeut. Dit artikel is tot stand gekomen met dank aan Ruud Meulenberg. Zijn expertise vormt voor mij een bron van informatie en inspiratie.

Slaat jouw humeur van het ene op het andere moment totaal om? Heb jij last van intense positieve en negatieve emoties die vrij snel achter elkaar optreden?

Dan kun je last van stemmingswisselingen hebben; mood swings, die jou enorm van je stuk kunnen brengen. Je kunt zomaar spontaan in huilen uitbarsten of een woede-uitbarsting krijgen om niets.

Stemmingswisselingen zijn echter ook een van de symptomen van een (naderende) burn-out.

In Nederland ondervind zestig procent van de werknemers regelmatig of zeer vaak werkgerelateerde stress (Volksgezondheid en Zorg).

Heb jij stressklachten? Dan heb je ongetwijfeld al kennis gemaakt met schommelende stemmingen.

Het verschil tussen stemmingswisselingen en normale emoties

Normale, gezonde positieve én negatieve emoties duren gemiddeld slechts 90 seconden. Na 1,5 minuut zakt deze emotie dus weer af.

Blijft deze emotie langer aanhouden, dan wordt deze ‘ongezond’ genoemd. Worden ze daarnaast heftiger dan jij van jezelf gewend bent en komen ze vaak voor, dan spreken we van een stemmingswisseling. 

Emotionele instabiliteit is één van de alarmsignalen van een burn-out. Een burn-out raakt vaak mensen die juist stabiel overkomen en als een rots in de branding lijken te functioneren. Herkenbaar?

Vaak word je door je eigen sterk positieve of negatieve stemming overspoelt en herken jij jezelf even niet meer. Dat geldt ook voor jouw omgeving: het kan heel verwarrend en vervelend zijn voor de mensen om jou heen om jou bijvoorbeeld ineens te zien ontploffen.  

Ja, de mannen krijgen ook te maken met de hormonale overgang. Deze wordt veroorzaakt door de daling van de testosteron productie. 

De symptomen komen redelijk overeen met die van vrouwen: opvliegers en zweetaanvallen, een lager libido, depressieve klachten, lusteloosheid, vermoeidheid en … stemmingswisselingen. Omdat de klachten zich wat subtieler voordoen, vallen ze minder op.

De hormonenverandering van mannen begint vanaf 40 jaar. Ben je jonger of heb je andere symptomen die niet passen bij een penopauze, dan is er hoogstwaarschijnlijk sprake van stress.

Stress is een sluipmoordenaar. Ben je niet in staat je stresslevel te verlagen, dan loop je kans op een burn-out.

  Op de een of andere manier denkt men dat vrouwen vaker te kampen hebben met mood swings. Dat komt hoofdzakelijk omdat de overgang, de pil of een zwangerschap al snel de schuld hiervan krijgen.

Het hormonenstelsel van vrouwen zit inderdaad ingewikkeld in elkaar. Door de cyclus bijvoorbeeld kunnen hormonen uit balans raken.  

Tijdens de overgang daalt zowel de productie van oestrogeen als progesteron, waardoor er naast stemmingswisselingen ook klachten als gewichtstoename, opvliegers, vermoeidheid en onder andere verlies van libido ontstaan.

Heb jij geen andere burn-out of stress gerelateerde klachten? Dan kan je hormoonhuishouding een reële oorzaak zijn.  

Mensen met een depressie, zie ook ervaren vooral dieptepunten en geen of nauwelijks hoogtepunten. Zij voelen zich vooral hopeloos, rusteloos en leeg.

Ze voelen zich minder waard dan een ander, hebben een sombere blik op de toekomst en houden zich onder andere bezig met de dood.

De moodswings bij mensen die depressief zijn, slaan dan ook vaak uit naar de negatieve emoties. Meestal voelen ze zich ’s morgens het slechtst en wordt hun stemming in de loop van de dag wat beter.

Herken jij jezelf in deze korte omschrijving? Dan is het ongevraagde advies om jouw huisarts te bezoeken. Hij of zij kan samen met jou kijken naar de oorzaak van jouw depressie en een behandeltraject met jou afspreken.  

Een hsp’er is een hooggevoelig of hoogsensitief persoon. Hsp is geen aandoening, maar een natuurlijke eigenschap: het karakter waar je mee wordt geboren. Een hsp’er heeft een reeks aan kenmerken die hem of haar typeert. 

Omdat hsp’ers erg gevoelig zijn voor prikkels, kunnen ze negatieve stemmingen van mensen of situaties onbewust overnemen. Hierdoor ervaren ze sneller stemmingswisselingen. Volgens dr. Elaine Aron heeft 1 op de 5 mensen de kenmerken van hsp.

Angst is een basis-emotie: we komen allemaal op de wereld met een gezond portie angst. Deze emotie zorgt ervoor dat we in gevaarlijke of dreigende situaties automatisch overgaan op ons overlevingsinstinct.

Angst wordt een gevaar als we er regelmatig mee te maken krijgen en we alle energie nodig hebben om ertegen te vechten. 

Maar liefst 1 op de 5 Nederlanders heeft daarmee te maken. Zij schieten in de stress van een scala aan zaken die hun angst aanjagen.

Dat heeft natuurlijk grote invloed op de stemming. Langdurige en frequente angstaanvallen kunnen gepaard gaan met paniekaanvallen, die mensen letterlijk laten verstarren. Zelfs de natuurlijke vecht- of vluchtreactie blijft dan

Een trauma ontstaat door een schokkende gebeurtenis. Dit kan zowel op emotioneel, lichamelijk als sociaal vlak zijn. Zo kan jij door een vreselijk verkeersongeluk, een brand of het overlijden van een dierbare, getraumatiseerd raken. 

Hetzelfde geldt voor verwaarlozing, menselijk leed of geweld. Een trauma veroorzaakt blijvend letsel. Je krijgt bijvoorbeeld moeite met de omgang met anderen, je verliest de controle over je gedrag en je bent overmatig gevoelig en kwetsbaar.

Wanneer je direct of indirect geconfronteerd of herinnerd wordt met jouw trauma, is het haast vanzelfsprekend dat jouw stemming zal veranderen. 

Deze stemmingswisselingen kunnen verschillend zijn: je kan je somber gaan voelen en je terugtrekken, maar ook juist heel druk en hyper worden. 

Het gebeurd vaak dat mensen met stress en burn-out klachten ook slaapproblemen hebben. Dit heeft vaak te maken met onrust in jouw hoofd. 

De stresshormonen zorgen er namelijk voor dat jij extra adrenaline aanmaakt omdat jij je zorgen maakt of je vannacht eindelijk eens goed kan slapen, of je zorgen maakt om de dag van morgen. 

Hierdoor krijg je een verstoorde slaapcyclus en sta je de volgende dag nog vermoeider weer op.

Natuurlijk is dat niet bevorderlijk voor jouw humeur. Bovendien worden de ups en downs van jouw stemming steeds heftiger.

Je kan natuurlijk naar slaapmedicatie grijpen, maar hiermee bestrijd je slechts één symptoom. Er is namelijk maar een effectieve remedie tegen slaapproblemen veroorzaakt door stress. 

De bron van je problemen aanpakken!

Vind je het lastig de oorzaak van je stress naar boven te krijgen, zoek dan hulp. Helaas is stress inmiddels uitgegroeid tot volksziekte nummer 1, waardoor vele mensen dezelfde klachten hebben als jij. Een schrale troost.

We spraken al eerder over ongezonde stress; de momenten dat jouw lichaam en geest extreem onder druk staan en je continu op de stand vechten of vluchten staat. 

Gezonde stress is stress die onschadelijk is en je helpt goed te handelen in een noodsituatie.

Het is een kwestie van de juiste balans tussen overbelasting en onderbelasting. Als mens kom je het beste tot je recht als je tussen de 40% en de 70% van je kunnen handelt. 

Bij positieve stress voel je je gelukkig, kan je moeiteloos hoog presteren, werk je efficiënt en heb je plezier in het leven.

Wat is eenzaamheid?

Alles wat ik in dit artikel met je deel, is gebaseerd op mijn persoonlijke ervaringen.

Voor mij betekent éénzaamheid, je niet verbonden voelen. Ik ervaar een gemis aan een hechte, emotionele band met anderen en mezelf. Of ik heb minder contact met andere mensen dan ik zou willen. Eenzaamheid gaat bij mij gepaard met kenmerken als negatieve gevoelens van leegte, verdriet, angst en zinloosheid en met lichamelijke of psychische klachten.

Eenzaamheid bewust voelen door het gemis van een hechte emotionele band met een ander, betekent voor mij één van de manieren/gereedschappen om mezelf mentaal te ervaren en weer tijd te nemen om mijzelf persoonlijk te ontwikkelen.

Je zou kunnen zeggen dat eenzaamheid vergeleken kan worden met een spiegel. Een spiegel waar ik niet kijk naar mijn spiegeling, maar naar mijn ziel. Wat bij mij vaak als eerste gebeurt als ik in eenzaamheid naar mijn spiegeling kijk? Ik moet huilen.

Ik kijk naar mijn tranen en zie mijn binnenste tevoorschijn komen. Dat is voor mij ook het moment om mijn gezicht weer af te wenden, omdat de herkenning van wat ik doe en hoe ik mijn leven leef vanuit kwetsbaarheid, weer voelbaar is.

Toch kan dit kort beschreven proces nog heel wat tijd in beslag nemen. Niet alleen dat ik me bewust word dat ik eenzaam ben, maar ook dat ik aan mijn levenswerk nog heel wat te sleutelen heb. Dat proces gaat gepaard met periodes van onzekerheid en aan lummelen.

Ik kan mezelf pas persoonlijk ontwikkelen als ik mijn eenzaamheid durf te delen met een ander die mij dierbaar is. Eenzaamheid onder ogen komen werkt bij mij zo krachtig. Dan pas ervaar ik kracht door kwetsbaarheid en is eenzaamheid bijvoorbeeld een wonderbaarlijk mooi gereedschap om verder aan mijn missie te mogen werken.

Mijn missie met Jouw Interview is om alle mannen en vrouwen in Nederland hun ongekende kwaliteiten en mogelijkheden via interviewen te laten herontdekken!

Persoonlijke ervaring

Eenzaamheid is een persoonlijke ervaring. De een heeft meer betekenisvolle relaties of een groter sociaal netwerk nodig dan de ander.

Anderen kunnen moeilijk van buitenaf zien of je je eenzaam voelt. Zij zien lang niet altijd dat je ontevreden bent over je contact met je partner, vrienden, familie of andere mensen. Dat je het moeilijk vindt om relaties te verbeteren. Of zelfs de moed hebt opgegeven. Dit maakt eenzaamheid zo moeilijk in te schatten. Het is iets wat je alleen zelf kunt voelen.

Niet hetzelfde als alleen zijn

Eenzaamheid is niet hetzelfde als alleen zijn – het kan wel samenvallen. Wanneer iemand geen of nauwelijks sociale contacten heeft, spreken we van sociaal isolement.

Sociaal fundament

Sociale relaties met andere mensen zoals familieleden, vrienden en kennissen zijn belangrijke ‘hulpbronnen’ in het dagelijks leven. Ze vormen het ‘sociale fundament’ van elk mens en dragen bij aan het gevoel van een zinvol leven.

Taboe

Er rust nog steeds een taboe op eenzaamheid. Alsof het een schande is dat het jou overkomt. Terwijl het iedereen kan overkomen. Daar hoef je je niet voor te schamen. Maar eenzaamheid kan problematisch worden. Dan is het belangrijk er iets aan te doen.

Eenzaamheid is van alle leeftijden

Meer dan een miljoen Nederlanders voelt zich sterk eenzaam. Eenzaamheid is van alle leeftijden en komt voor onder alle lagen van de bevolking. Al loopt de één meer risico op eenzaamheid dan de ander, iedereen kan op enig moment in zijn leven met eenzaamheid geconfronteerd worden.

Gevolgen eenzaamheid

De invloed van eenzaamheid is groot. Zeker als het langdurig aanhoudt, kan eenzaamheid leiden tot gezondheidsrisico’s, minder meedoen in de samenleving en een gevoel dat welzijn of geluk tekortschiet.

Zelf mee aan de slag gaan

Het is belangrijk om er zelf mee aan de slag te gaan. Hulp van de omgeving kan helpen, maar uiteindelijk kun je zelf ook de eenzaamheid doorbreken.

Help! Ik ben een controlfreak

Tot een aantal jaren geleden verloopt mijn leven als in sneltreinvaart. Ruimte en tijd om situaties te verwerken ervaar ik nauwelijks. Laat staan ervan bij te komen. Hoezo op de rem trappen? Ik ben me absoluut niet bewust van het feit dat ik zelf op mijn rem kan trappen. Mijn leven hangt van activiteiten aan elkaar.

Maar ik vergeet pauze-momenten in te lassen. Ik ben een teaser en pleaser. Als ik echt mijn hart volg en wat minder mijn gedachten mijn leven laat bepalen, dan zie ik beter wanneer iets even kan wachten en wat nu belangrijk is om te doen of laten.

Ik maak mezelf wijs dat ik zoveel doe omdat ik me anders te pletter verveel. Het is leven van het ene uiterste naar het andere, en beide leveren hetzelfde ellendige gevoel van tegenstrijdigheid en niet begrepen worden op. Een intensiteit van ongelukkig voelen.

Maar het blijkt in de loop van de tijd dat ik vooral mezelf niet begrijp. Ik zit in een veranderproces, maar wil nog te veel controle houden over mijn leven. Ondertussen voel ik me dusdanig afgestompt en verveeld raken dat dat ook mijn privéleven danig beïnvloedt.

Ook doordat ik bijvoorbeeld avond na avond naar televisie-programma’s zit te kijken, die voor minstens de helft van de tijd, uit zich herhalende reclames bestaat. Tijd en ruimte voor stilte dus!

Mijn geliefde en ik besluiten de televisie de deur uit te doen. Lang leve Netflix en onze laptop. Ik raak weer wat vervuld door inhoud. Wanneer ik te gespannen ben en me continu zorgen maak over iets of iemand, dan breng ik mijn lichaam in hoogste staat van alertheid.

Mijn lichaam wordt zeer gevoelig, en daardoor raak ik makkelijk in paniek. Die angst is voor mij zo ongrijpbaar en eng. Mijn ademhaling wordt te hoog. Ik ga hyperventileren, en er ontstaat een paniekaanval.

Door deze angstgevoelens lukt mij niets meer. In gesprekken met vrienden blijkt bovendien dat ik met onopgeloste angsten rondloop. Dat ik angst voor de angst heb. Niet genoeg bevestiging krijgen, betekent voor mij op den duur een serie opgestapelde onzekerheden.

Die onzekerheden worden angsten. Vervolgens ben ik aan het hyperventileren, kan ik niet meer bij mijn gezonde bron komen en raak ik uitgeput. Dat is een belangrijke reden waarom ik vatbaar ben voor hyperventilatie.

Ik leef in een vicieuze cirkel en hol mijzelf ook nog eens uit. Na lange tijd en door veel oefenen heb ik minder zekerheid nodig van een ander. Zoals mijn beste vriend schrijft: ‘Jouw innerlijke schoonheid behoeft geen zekerheid, die is er gewoon.’

Ik kan genieten van de kassière die opkijkt en glimlacht omdat ze mij weer ziet. Datzelfde ervaar ik als iemand mij aankijkt. Ik vraag dan regelmatig wat voor leuks die ander heeft meegemaakt.

In overleg met mijn vrouw besluit ik ook na 25 jaar te stoppen met het werken in wisseldiensten. Wat een wijs besluit. Ik begin weer rust in mijn lijf te ervaren. Ik word niet meer geleefd door mijn gedachten.

Door alle inzichten die volgen, word ik vrijwel niet meer overvallen door paniekaanvallen.

Ik heb wel een extra stuk gereedschap ontwikkeld: minstens tweemaal per dag doe ik een tukkie, oftewel een powernap.

Even alles helemaal loslaten, anders vasthouden. Na ongeveer tien minuten ben ik weer helemaal fris in mijn hoofd.

Meestal ga ik dan even op de bank liggen. Ik zak dan even tien minuten weg, maar voordat ik echt in slaap val, sta ik op en vervolg mijn weg van die dag.

Deze tukkies blijven zorgen voor een natuurlijke rem. Deze onderbrekingen hebben als het ware mijn leven gered. Als ik onder minder spanning sta, dan ervaar ik minder stress, waardoor…

✅…mijn angst afneemt

✅…ik meer dingen zal durven

✅…ik meer ervaringen opdoe

✅…ik een voller leven krijg

✅…ik gelukkiger ben

Maar hoe subjectief is het begrip; gelukkiger zijn?

Ik vind een interessant artikel via HP-De Tijd; Hoe meet je geluk?

Onze kinderen zijn best gelukkig. Héél gelukkig zelfs, als je het vergelijkt met soortgelijke landen, zo meldt de World Health Organization (WHO). Maar is zoiets subjectiefs als geluk wel meetbaar?

Een verwend nest zal zichzelf desgevraagd niet zo snel ‘gelukkig’ noemen, terwijl een dankbaar kind zich al uiterst gezegend voelt als hij op de stoep mag ballen met zijn vriendjes. Geluk is dus een relatief begrip. En ook nog eens momentafhankelijk.

Want wat een twintigjarige gelukkig maakt (een avondje met vrienden clubben bijvoorbeeld), zal een zestigjarige weinig genot bezorgen.

Toch claimt de WHO, die berekende dat Nederlandse jeugd tot de gelukkigste ter wereld behoort, dat geluk meetbaar is. Hoe?

WHO Vooral gezondheid vindt het WHO heel belangrijk voor de geluksstatus. Fysieke gezondheid en gedrag, maar juist ook sociaal welzijn bepalen het geluk van een tiener. Zelfs als een kind armoede of andere slechte leefomstandigheden kent, kunnen ‘beschermende factoren’, soelaas bieden.

Een goede band met familie, vrienden, een prettige schoolomgeving en een fijne buurt zijn zulke factoren die maken dat een jongeling zich goed voelt, zegt de WHO in haar rapport.

Welzijn hangt ook niet per se samen met economische rijkdom: hoe rijk je familie is heeft namelijk niet zoveel invloed op je geluk. Wat wél invloed heeft, is hoe de rijkdom verdeeld is in het land waar je woont.

Bruto Nationaal Geluk, hoe geniaal gevonden?

In het Himalayastaatje Bhutan, één van de minst ontwikkelde landen ter wereld, gaat men nog verder in het meten van het welzijnsgevoel. Daar besloten ze ‘s lands rijkdom (of armoede) een jaar of veertig geleden maar niet meer weer te geven in een Bruto Nationaal Product, maar in het Bruto Nationaal Geluk (BNG).

Sinds 2005 gebruikt de Bhutaanse overheid de volgende negen pijlers om de voorspoed van hun bevolking te meten:

 ✔ psychologisch welzijn

 ✔ levensstandaard

 ✔ goed bestuur

 ✔ gezondheid

 ✔ onderwijs

 ✔ gemeenschaps-vitaliteit

 ✔ culturele diversiteit 

✔ tijdsbesteding

 ✔ ecologische diversiteit

Gemiddeld zijn de Bhutaanse geïnterviewden zo’n drie uur bezig met het invullen van een lijst met vragen op 33 indicatiegebieden verdeeld over deze negen pijlers (hier vindt je de excelfile mocht je jezelf willen testen), waarna de regering berekent hoe gelukkig haar onderdanen zijn.

In 2010 zat het BNG op 0.743, waarbij 0 slecht is en 1 goed. Wat viel op? Bhutaanse mannen zijn gelukkiger dan vrouwen, stadsbewoners gelukkiger dan plattelanders, en werklozen gelukkiger dan huisvrouwen, boeren en werknemers van grote bedrijven. Ongetrouwde en jonge mensen blijken het gelukkigst van allemaal.

Ook in ons land meten we geluk. Ruut Veenhoven, bekend als de ‘geluksprofessor’, houdt een database bij waarin hij gegevens verzamelt uit allerlei nationale onderzoeken en internationale vragenlijsten. Die vergelijkt hij en zo ontstaat een cijfer per land. Nederland krijgt van hem een 7,6; net ónder Canada (7.8) en net bóven Brazilië (7.5).

Naast onderzoeken met vragenlijsten zijn er nog de wetenschappers die geluk meten aan de hand van genen. Ben je de drager van een bepaald gen, dan heb je volgens hen twee keer zoveel kans op gelukkig zijn dan iemand anders die dat gen niet heeft.

Het gen helpt namelijk bij de verspreiding van serotonine, wat zorgt voor een gevoel van tevredenheid. Niet alleen nurture (koesteren), maar ook nature (natuur), speelt volgens deze wetenschappers dus een belangrijke rol voor een gelukzalig gevoel.

Het ‘meten van geluk’ lijkt een steeds serieuzere aangelegenheid te worden, waarvan we allemaal profiteren. Als we immers weten wat ons gelukkig maakt, kunnen we daar het beleid op aanpassen.

Maar alle ‘objectieve’ metingen ten spijt: als je puppy wordt aangereden, je baas je ontslaat of je lievelings-oom komt te overlijden, ben je nog steeds gewoon diep ongelukkig. Hoe goed de objectieve omstandigheden misschien ook zijn.

Dat vergeef ik je nooit

Vergeving is volgens de algemene opvatting het iemand niet meer kwalijk nemen van een ernstige daad. Vergeven wordt dan gedaan door diegene die geestelijk of materiële schade heeft geleden.

Bron; Wikipedia

Een hindoe wiens zoon door een moslim was vermoord, zocht Mahatma Gandhi op en vroeg; “Hoe kan ik de moslims ooit vergeven?. Hoe kan ik ooit weer vrede vinden, nu mijn hart zo vol haat zit jegens degenen die mijn eigen kind hebben vermoord?”

Gandhi raadde de man aan om een kind van de vijand te adopteren, dat wees was geworden, en dit als zijn eigen kind op te voeden.

Ik kan jou niet vergeven

Zelf heb ik tussen mijn 20e en 40e levensjaar, een aantal mensen intens gehaat. Zoveel onrechtvaardigheid kan ik niet verwerken. In plaats daarvan ontwikkel ik een niet te stoppen haat. Maar waarom eigenlijk? Waar komt die haat vandaan? Wat zegt dat over mij?

In oktober 2011 krijg ik de diagnose, dat ik af en toe last van mijn bipolaire stoornis zal hebben.

Als ik verder terugkijk op mijn leven, dan kan ik gerust stellen dat ik mijn hele leven te regelmatig lijd onder extreme stemmingswisselingen, maar daar nooit vat op krijg. Nu heeft het beest een naam en beginnen we (mijn dierbaren en ik), te werken aan mijn herstel. Ik accepteer nu ook makkelijker hulp, ik ben zo uitgeput!

En dan te bedenken dat je met een bipolaire stoornis kampt met een tekort aan een zout-element met de naam lithium-carbonaat. Ik maak het te weinig aan, waardoor ik ter compensatie lithium slik. Doe ik dat niet, dan ga ik van extreem vrolijke gedragingen, naar diep depressieve. Dat is echt overleven geblazen.

Tijdens mijn herstel maakt mijn mindset ook een enorme ontwikkeling door. Ik ben zo dankbaar dat ik nog leef. Ik realiseer me dan hoe ik voor mijn diagnose in het leven sta, en hoe ik merk dat ik verander, meer bewust ga leven. Dat voelt verrijkend!

Mijn persoonlijkheid in combinatie met mijn fysieke gesteldheid, heeft mij zo lang in slachtoffer-stand gehouden. Alles en iedereen in mijn omgeving heeft het verkeerd gedaan. Ik wijs zo gemakkelijk met mijn vinger, gericht op een ander, Ik verzuur en ben vaak onaangenaam en irritant tegenover mijn medemens.

Met het herstel komt ook mijn rust weer terug. Welleswaar met veel vallen en opstaan, maar wel gestaag, voel ik me opknappen. Wat zouttekort niet met mensen, met mij, kan doen. Ik denk direct aan suikerziekte, ik snap dat ineens allemaal veel beter.

Als mensen niet goed genoeg staan ingesteld op insuline, kunnen zij hele rare gedragingen vertonen. Insuline en lithium carbonaat, LEVENSREDDERS!

Mijn persoonlijke ontwikkelingen verlopen, zoals eerder gemeld, als in een sneltreinvaart. Het eerste wat ik ben gaan inzien, mede dat ik tot rust aan het komen ben, dat ik een behoorlijk aantal vals beschuldigt heb. Dat is zo’n vreselijk besef.

Toch, als ik zo regelmatig last heb gehad van de bipolaire stoornis, is de schade uiteindelijk te overzien. Maar hoe ga ik met deze inzichten om? Waar moet ik in godsnaam beginnen met excuses te maken voor mijn gedrag, en hoe doe je dat?

Bipolair zijn betekent voor mij ook extra gevoeligheid, een zevende zintuig, die juist van pas kan komen, als ik de confrontaties aanga. Als ik in balans ben, voel ik heel snel aan hoe mensen in elkaar zitten; wat voor bedoelingen hebben ze, en vooral kijk ik dwars door maskers heen.

Elisabeth Kübler-Ross,

om een volmaakt leven te kunnen leiden, dienen we te vergeven. Vergeving is dé manier om krenkingen en kwetsuren te laten genezen, en de band met anderen en onszelf te herstellen. We worden allemaal wel eens gekwetst. We verdienen dit niet, maar de pijn of het verdriet voelen we wel degelijk. En als we eerlijk zijn, dan moeten we toegeven dat we zelf vrijwel zeker anderen ook wel eens kwetsen. Het probleem is niet zozeer de krenking zelf, maar dat we deze niet kunnen of willen vergeten. Daarom blijft de krenking pijn doen. We lopen in het leven voortdurend dergelijke kwetsuren op, en zijn niet getraind om ermee om te gaan. Op dat moment is vergeving belangrijk. Vergeving is een keuze.

Vaak heeft deze 7e eigenschap (intuïtie in het kwadraat), mij overprikkeling opgeleverd. De hoeveelheid intense indrukken is dan zo groot, dat ik ze niet voldoende kan filteren. Alle gevoelens gaan dan door elkaar heen lopen, en ik raak geprikkeld, zonder enige vorm van gezonde focus.

Met als gevolg dat ik me niet gehoord of gezien voel. En daar zit mijn knelpunt. Ik ben dan terecht gekomen in een vicieuze cirkel en hol mezelf steeds verder uit. Gelukkig besef ik het gebruik van mijn negatieve mechanisme steeds sneller. Nu kan ik makkelijker ingrijpen.

Dat houd in dat ik me realiseer dat ik eerst mijzelf zal moeten vergeven, wil ik in staat zijn een ander te vergeven. Of nog lastiger, ik zal leren mijzelf te vergeven, zodat een ander de ruimte voelt om mij te begrijpen en als ik mazzel heb, te vergeven.

Elisabeth Kübler-Ross, vergeving kan ironisch genoeg ook een egoïstische daad zijn, omdat ze belangrijker is, voor degene die verwond werd dan voor degene die verwondde.

Stervende vinden vaak een soort vrede die in hun leven ontbrak, omdat sterven laten gaan betekent; en dat geldt ook voor vergeven. Als we niet vergeven, blijven we zitten met oude wonden, krenkingen en boosheden. We houden het ongelukkige deel van ons verleden levend en geven voedsel aan onze wrok. Als we niet vergeven, worden we slaven van onszelf

Ik vind het heerlijk om te schrijven, dus besluit om een plan te gaan schrijven, een plan van sociale aanpak. Alleen al het met het plan bezig te zijn werkt helend. Mijn overzicht komt terug en ervaar voor het eerst in jaren weer focus.

Die gebruik ik om in het plan gedetailleerd te beschrijven welke mensen ik mijn excuses wil gaan maken. De betreffende confrontaties van toen schrijf ik op, als een soort levensmoment in een notendop. Op het moment dat ik 1 pagina vol heb geschreven, schrik ik me rot. Wat heb ik veel mensen onheus bejegend.

Toch blijf ik vol goede moed, het mag niet als excuus dienen, maar mijn onwetendheid over het af en toe last hebben van een bipolaire stoornis, helpt mij enorm om gefocust te blijven. Deze stoornis heeft mij met zekere regelmaat de afgrond in laten donderen. Dan krijg ik steeds weer steun en toeverlaat van een handje vol intimi. Zij zijn als een soort van alternatieve ‘guardian-angels’.

Voor de rest leef ik grotendeels in eenzaamheid. Ik blijf zo vriendelijk en sociaal mogelijk tegenover andere mensen. Het is helaas een masker, ik ervaar mezelf als een vreemde eend in de bijt. Maar ik zie licht aan de horizon.

De lange lijst word door mij ingekort, tot meest urgente excuses! Als alles uitgeschreven is, maak ik een planning in mijn agenda. Dit zorgt ervoor dat ik een ritme ontwikkel, waarin ik niet teveel hoef na te denken. Het enige dat echt nodig is, is dat ik voldoende rust heb genomen, voordat ik bij deze gekwetste mensen langs ga. Mijn rust zorgt hopelijk voor makkelijker begrip, en vergeving.

Mijn insteek is en blijft excuses die ik ga maken. Wat daar uit voortkomt is het minst belangrijke. Hoewel, eerlijk gezegd zou het hartverwarmend zijn, als zij mij kunnen vergeven. Ik ga op reis, mijn eerste excuses gaan gemaakt worden.

Ik voel me wat nerveus, maar op mijn gemak als ik aanbel. Het duurt even voor de deur opengaat. De betreffende persoon schrikt zich een hoedje en kijkt niet blij, laat staan ontspannen. Tranen wellen op, ik veeg ze weer weg en let op mijn ademhaling. Het gezicht van de ander ontspant enigszins, en ik voel ruimte om mijn excuses aan te bieden.

De eerste zit erop, en mijn excuses zijn geaccepteerd, wat een opluchting. Gelukkig heb ik besloten om, om de dag mijn lijstje te volgen. Het helpt enorm dat ik de rust in mijzelf zoek, en mezelf vergeven heb. Zodoende ervaar ik een oprechtheid in mezelf, waardoor mijn masker niet meer nodig is. Op een aantal na, heeft iedereen mijn excuses zeer op prijs gesteld. Een nieuwe wereld gaat voor me open, en terwijl ik dit schrijf voel ik de pijn van toen even. Mijn tranen van opluchting nemen het al gauw over!

Elisabeth Kübler-Ross, vergeving heeft veel te bieden, onder andere dat gevoel van volmaaktheid dat, naar we stellig dachten, permanent door de boosdoener van ons weg was genomen. Het beidt ons de vrijheid om weer te zijn wie we zijn. Iedereen verdient een kans om zichzelf en zijn of haar relaties een nieuwe start te geven. Die kans is de magie van vergeving. Als we anderen of onszelf vergeven, vinden we genade. Zoals een bot na een breuk sterker is dan voor het brak, zo kunnen onze levens sterker zijn wanneer de vergeving onze wonden heelt.

Slotwoord;

Pas als ik me bewust ben geworden van mijn onmacht, onwetendheid en angst, kan ik mezelf vergeven. Ik kom tot besef dat mijn gevoelens zijn voortgekomen uit oordelen. Ik veroordeel een ander, zonder zijn of haar situatie echt te kennen. Mijn eigen gecreëerde slachtofferschap gebruik ik als excuus om een ander te kwetsen. Niet zozeer expres, maar ik kan het niet laten. De ommekeer vind plaats als ik hulp krijg en ruimte ervaar, mijn gedrag onder een loep leg en me ten diepste schaam. Mijn sterrenbeeld is ook nog eens Schorpioen. dat doet me denken aan een verhaaltje.

Ken je het verhaaltje van de kikker en de schorpioen?

De schorpioen staat aan de rand van een rivier en wil graag naar de overkant. Maar ja, een schorpioen kan niet zwemmen. Hij kijkt om zich heen en ziet een kikker. Bij de kikker aangekomen vraagt de schorpioen of hij op de rug van de kikker, mee naar de overkant mag. De kikker reageert verbaasd; “Als ik dat doe dan steek je me onderweg in mijn rug en zal ik sterven”.

Maar beste kikker dat is toch niet logisch, als jij verdrinkt, dan verdrink ik ook. Ik zal je dus zeker niet steken. De kikker is overtuigd, en neemt de schorpioen op zijn rug. Halverwege voelt de kikker een venijnige steek en zegt direct tegen de schorpioen, dat ze nu allebei zullen verdrinken. “Waarom heb je dat gedaan?” En de schorpioen zegt; Ik kan er niets aan doen, het is mijn natuur”.

Mijn ervaring is gelukkig dat nare situaties, zich weer ten goede kunnen keren. “Dat vergeef ik je nooit”. Zo luidt de titel van dit artikel. Door met de figuurlijke billen bloot te gaan, mijn proces daarin heb gerespecteerd, heb ik mezelf vergeven.

En daardoor is er ruimte vrijgekomen, ook bij de betreffende anderen. En in 99% van de situaties, ben ik vergeven. En ik vergeef die 1%, die mij om de één of andere respectabele reden, niet hebben kunnen vergeven. Daar zijn en blijven we mensen voor.