Mijn eerste liefde

Na heerlijk te hebben getennist, zie ik in mijn ooghoek een prachtig meisje. Vooral haar bijna sprookjesachtig witte haren vallen mij direct op. Zij is een vriendin van een van mijn tennismaatjes. In de loop van de tijd kom ik erachter dat zij al een vriendje heeft. Balen.

Maar als bij toverslag gaat deze verkering uit. Lente is zo mooi en dat maakt mij behoorlijk verlegen. Kan zo’n mooi meisje ook verliefd worden op een puberjongen zoals ik?

En ja hoor, uiteindelijk worden we smoorverliefd op elkaar. Mijn eerste echte vriendinnetje. Wat een rijkdom. Ze is zo’n onwijze lieverd. Bijna te lief. Voor mij breekt een heuse leerschool aan. Haar liefde is zo puur. Ik ben zestien jaar, en Lente is twee jaar jonger. Door me kwetsbaarder op te stellen, word ik stukje bij beetje minder onzeker. Als puber jagen de zenuwen door mijn lijf.

Ik werk op zaterdagen in een supermarkt en Lente komt me na m’n werkdag trouw ophalen. Terugfietsend kletsen we lekker bij en ik ga dan altijd brood eten bij haar ouders en lieve zus. Aan een rijkelijk gevulde tafel gaan de verhalen heen en weer.

Haar vader is behoorlijk streng. Zodoende krijg ik regelmatig vragen over hoe het met mijn studie gaat. Lastig te beantwoorden, omdat er zo’n druk komt te liggen op presteren. In de kern zie ik gelukkig wel dat Lentes vader een warm hart heeft.

Moeder houdt alles in het liefdevol gareel. Dat maakt dat ik me ook kwetsbaar durf op te stellen. Ik vertel haar vader dat ik niet graag naar school ga. Ik ben wel nieuwsgierig, en excentrieke mensen boeien me mateloos, maar die vind ik niet op school.

Haar vader vertrouwt me wel en dat vind ik het belangrijkste. Twee jaar verder heb ik net m’n rijbewijs gehaald, en dan mag ik bijvoorbeeld gewoon in zijn auto rijden. En als de familie met hun motorjacht naar Parijs gaat, wordt me gevraagd of ik het leuk vind om mee te gaan. Nou echt wel.

Achteraf bezien heb ik deze aangeboden zomerreis danig onderschat. De vierkante meters zijn beperkt, en als je een behoorlijk strak vaarschema hanteert, dan kun je niet zomaar even afmeren voor een paar uur vasteland onder je voeten.

Maar veel heftiger is het feit dat er echt hete dagen zullen zijn, terwijl ik me nog niet van mijn bipolaire stoornis bewust ben. Zweten dus en een zout tekort. Maar Lente is zo’n schatje en wat is ze mooi, zeker als ze zo bruin kleurt van de zon. En dan haar hoogblonde haren. Door haar zijn alle perikelen hanteerbaar.

Totdat we op zeker moment de diepste sluis van Nederland naderen en het jacht de sluis van Maasbracht in vaart. De touwen worden om de bolder geslingerd. Tegenwoordig zijn er drijfsystemen voor. De bolder gaat op en neer mee met de verandering van het waterpeil. Maar die waren er toen niet. We wachten tot het water bijna twaalf meter gezakt is.

De eerste meters gaan prima, totdat we erachter komen dat de lijnen te kort zijn. Totale paniek, want op deze manier zal het schip aan de lijnen blijven hangen, met alle gevolgen van dien. Pa begint te vloeken, maar heeft een geweldige tegenwoordigheid van geest. Hij sprint naar binnen, haalt een groot mes uit het keukentje en snijdt de touwen door.

Touwen die op spanning staan doorsnijden is levensgevaarlijk: de touwen worden ongeleide projectielen. Daardoor kunnen er ernstige ongelukken gebeuren, waarbij van alles doorklieft wordt. We rennen allemaal in een fractie van een seconde weg van de touwen. Het schip hangt zo’n anderhalve meter boven het sluiswater en knalt met een klap naar beneden.

Niemand raakt gewond en het schip is niet beschadigd. Onze tocht wordt vervolgd. Wat zijn we opgelucht dat dit ‘hangavontuur’ goed is afgelopen. Na het hele gebeuren zit iedereen wat bedrukt te staren terwijl we alweer naar de volgende sluis aan het varen zijn. Ik heb dat echt totaal onderschat.

Zoveel sluizen en zoveel saaie lange rechte stukken door kanalen. Ik overweeg onderweg nog wel om aan land te gaan en terug naar huis te reizen. Maar Lente dan, die wil ik niet missen.

Uiteindelijk is het een pracht van een levenservaring. Lente is liefdevol en geduldig. Samen hebben we het heerlijk. De zomervakantie is alweer zo goed als voorbij en het echte leven begint weer. Het lastige is dat Lente en ik twee jaar in leeftijd verschillen. Inmiddels ben ik achttien en Lente zestien. Ik mag dus niet met haar vrijen.

Technisch gezien zou ik dan met een minderjarige vrijen en dus strafbaar zijn voor de wet. Ik krijg die beperkende gedachte maar niet uit mijn hoofd. Nou kun je natuurlijk op vele manieren ook fysiek van elkaar genieten, maar voor mij is het niet genoeg. Wat voel ik me een egoïst. Lente wordt er heel onzeker van. Dat vind ik nog het ergste, haar pijn te doen met mijn drang. Toch overheersen mijn gevoelens en willen ze gehoord worden. En natuurlijk heeft dat niets te maken met vrijen of niet. Maar dat begrijp ik dan nog niet!

Ik neem het vreselijke besluit het uit te maken. Nu ik deze zinnen aan dit boek toevertrouw, voel ik weer knellende draaiingen in mijn buik. Er is zoveel onmacht bij Lente, maar ook bij mijzelf. Ze is er helemaal stuk van. Ze raakt totaal in paniek. Ik voel me een monster. Na nog wat dappere pogingen van Lente om mij te laten inzien dat ik een verkeerde beslissing heb genomen, blijf ik bij mijn besluit.

Uiteindelijk is het mooie van het verhaal dat Lente al vanaf de eerste dag een warme band krijgt met mijn ouders. Tot op de dag van vandaag komen ze elkaar zo heel af en toe tegen bij de coffeeshop van de banketbakkerswinkel en ze is dan nog net zo blij om mijn ouders te zien als die eerste keer. En ja, zij is gelukkig, heeft kinderen en is nog steeds een mooie vrouw om te zien.

Leven met een diagnose

In de zomer van 2007 krijg ik een pracht van een baan bij een nieuwe werkgever. Het zal mijn laatste worden. Ik ga voor een visie-gestuurde organisatie werken. Alle mensen zijn gelijkwaardig en elk mens is uniek.

Wat een mooie opmaat naar tien intensieve werk- en privéjaren. Het zal nog vier jaar duren voordat er bij mij uiteindelijk de diagnose bipolair kan worden vastgesteld. In die tien jaar tijd werk ik als individueel begeleider en cliëntbegeleider.

Voor mijn collega’s is mijn stoornis vaak een last. Veel collega’s begrijpen mij niet. Ze vinden me geen doorzetter. Mijn schaamte voor het feit dat ik mensen blijkbaar zo tot last kan zijn, is eigenlijk niet op zijn plaats. Mijn stoornis is geen mentale kwestie, maar een biologische.

Dit verhaal over mijn ervaringen op de werkvloer is belangrijk voor mij. Vooral wil ik er aandacht en begrip mee vragen van mijn oude werkgevers voor medewerkers met een psychisch ziektebeeld.

Stigmatisering op de werkvloer is een meer besproken thema geworden de afgelopen tien jaar. Mijn onwetendheid en die van vele ex-collega’s, en het daarmee gepaard gaande gevoel van onmacht, heeft diepe indruk op me gemaakt.

Ik heb me vaak onzeker en kwetsbaar gevoeld. Mijn oude werkgevers hebben mij ook de kans gegeven zelf met creatieve oplossingen te komen.

Bijvoorbeeld door op zoek te gaan naar een onafhankelijk personal coach. Na lang zoeken heb ik haar gevonden. Het mooie van deze jarenlange coaching is dat er inmiddels een vriendschap aan het ontstaan is.

Ik voel dat ik eindelijke afscheid van het pedagogisch werk bij mijn werkgever kan nemen. Door mijn nieuwe schrijverswerk komt ook mijn privéleven weer in balans.

Begrip vormt het centrale thema bij het afscheid. Als er geen wederzijds begrip is, dan is er ook geen respect voor elkaars situatie. Voor begrip heb ik hard moeten knokken.

Anno 2018

En wat een turbulent anderhalf jaar, zo samen met gezin, vrienden en familie. Vanaf juni 2017 ben ik gestopt met het werken voor een werkgever. Wat een vrijheid.

Als eigen baas kan ik makkelijker mijn levens- en werkritme vinden. Ik besluit over mijn bipolair leven te schrijven. Via mijn blogsite, LinkedIn en Google publiceer ik artikelen. Met de artikelen en de reacties daarop begint mijn bipolaire leven ook een digitale plek te krijgen.

Het vormt een mooie aanzet tot het uitgeven van mijn autobiografie. En er heeft nog een ‘levensveranderende gebeurtenis’ plaatsgevonden: ik heb de kracht van ondersteunende natuurlijke oliën leren gebruiken. Het schrijven en de oliën blijken in mijn beleving onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Het verhaal

Mijn partner heeft haar eigen massagepraktijk. Tijdens de massage wil ze voor de klanten de hoogste kwaliteit oliën gebruiken. Maar er zijn vele leveranciers.

Er vindt een zoektocht plaats langs deze leveranciers. En dan ontdekt ze de zuiver natuurlijke oliën. Er gaat een wereld open. Het verschil met de andere oliën is behoorlijk.

Zo werken ze met bloemen en planten van eigen boerderijen. De grond waarop de bloemen en planten gekweekt worden, is zorgvuldig uitgezocht.

De meest optimale grondsamenstelling zorgt voor de constante topkwaliteit van deze honderd procent natuurlijke oliën.

Ook zijn er partners met boerderijen die gecertificeerd zijn. Zij dragen een kwaliteitslabel, het bewijs van een strikt ‘productieproces’ om zuiverheid en veiligheid te garanderen, vanaf het moment dat de zaadjes gekozen worden tot het moment dat de producten in mijn handen liggen.

Dit unieke proces onderscheidt zich van andere. Er wordt toezicht gehouden op iedere fase van het proces om er zeker van te zijn dat iedereen zuivere etherische oliën en producten ontvangt die nergens anders te vinden zijn.

Het voelt voor ons alsof we in een soort olie-familie terecht zijn gekomen, waarbinnen zuiver natuurlijke producten gebruikt worden als een manier van leven.

Het gebruik van de oliën gaat als vanzelf. Inmiddels hebben we al heel wat van de zeshonderd zuiver natuurlijke producten uitgeprobeerd.

Een aantal oliën inspireren en motiveren mij om ze verder uit te proberen, en dan vooral de oliën die mij bijvoorbeeld minder doen snurken.

Hierdoor kan mijn partner beter doorslapen, en ook mijn kwaliteit van slapen verbetert met minstens vijftig procent. Ik word niet meer zo moe wakker. Dat betekent dat ik dus ook meer energie door de dag heen ervaar.

Als ik thuis werk, maak ik regelmatig gebruik van een diffuser. Dit apparaat vernevelt de olie. Het ziet eruit alsof er een soort mist uit de opening van de glazen bol komt.

De verneveling ontstaat echter door een sensor die voor ultrasone trillingen in het water zorgt. Hoe hoger de zuurtegraad van de olie, hoe meer de diffuser vernevelt. Zo ingenieus. De hele woonkamer geurt naar de uitgekozen olie.

Waar ik ook echt blij van word, is het maken van mijn eigen parfum. Ik gebruik een samenstelling van zes oliën en een blend met de naam Dreamcatcher. De blend bestaat weer uit zo’n dertien oliën. Het mengsel van alle druppels bij elkaar vul ik af met zuivere alcohol.

De geur van mijn parfum kan ik het beste omschrijven als kruidig met een tikje citrus. Niemand anders heeft deze geur. Ik ben benieuwd, er zijn nog zo’n tweehonderd oliën te ontdekken. Ook zijn er nog 480 andere zuiver natuurlijke producten te bestuderen. Dat voelt als feest.

Mijn partner is enthousiast en gepassioneerd met haar oliën aan het werk. Dat werkt voor vele mensen aanstekelijk.

Door de hoge kwaliteit betaal je over het algemeen ook meer dan bij andere etherische oliën. Als mensen zeggen dat ze de oliën zo duur vinden, dan reageren wij meestal door uit te leggen dat de producten voor ons een hoge waarde hebben. Je investeert ermee in je welzijn. Zo laat je zien dat je daar ook meer geld voor over hebt.

De producten ondersteunen mijn lichamelijk en mentaal welzijn optimaal. Ik voel me daardoor zelfverzekerder. Mijn bipolaire stoornis betekent niet langer meer overleven. Ik leef en durf daarmee ook naar buiten te treden.

Diverse mensen om mij heen willen dat ik mijn verhaal vertel en naar buiten breng. Zo kunnen andere mensen wellicht steun en hoop halen uit mijn verhaal.

Dan hoeven ze minder te overleven. Vooral mijn oude bedrijfsarts en mijn psychiater motiveren mij. Mijn boek Bipolair. Mijn geheim over leven is geboren. Ik ga beginnen met het schrijven van mijn autobiografie.

Elektrotherapie

Een laatste gebeurtenis op de lagere school die op mijn netvlies gebrand staat, vindt plaats als we net voor de zomervakantie buiten ‘sliertentik’ spelen. Iemand begint door een ander te tikken. Dan moeten ze met z’n tweeën elkaars hand vasthouden, zodat de derde getikt kan worden. En zo gaat het verder.

Ik schat dat er een sliert van zes of zeven kinderen getikt is als ik als laatste nog afgetikt moet worden. Veel klaslokaalramen staan naar buiten toe open vanwege het warme weer.

Ik besluit mijn schoenklompen uit te doen zodat ik harder kan rennen. Door de hoge snelheid vlieg ik uit de bocht. Met mijn rechterhand probeer ik mezelf via het raamkozijn af te weren. In plaats daarvan schiet ik met mijn linker arm door het glas. Ik voel het glas door mijn arm heen snijden.

Het gevolg is dat m’n arm openligt en ik hevig bloedend begin te schreeuwen. Ik ren naar binnen, waar mijn leraar zo snel als hij kan een theedoek om mijn bovenarm draait. Zo kan hij de ergste bloeding stelpen.

Onze directeur besluit dat het te lang duurt om een ambulance te laten komen. Ik word in de auto van een van de leraren gezet en met spoed naar het ziekenhuis zo’n vier kilometer verderop gebracht.

Mijn ouders worden op de hoogte gebracht en komen direct naar het ziekenhuis. Inmiddels ben ik al een aantal liter bloed verloren en de neuroloog vertelt mijn ouders dat hij bang is dat hij mijn arm niet kan behouden en tot amputatie over zal moeten gaan. Hij wil nog een poging wagen en wat een geluk: na vijf uur hebben ze alles kunnen hechten en me weer van voldoende bloed kunnen voorzien.

Na een jaar elektrotherapie, begeleid door een liefdevolle therapeut en met fantastische begeleiding van mijn moeder, begin ik zelfs weer gevoel te krijgen in mijn vingers. Het gevoel is er grotendeels uit omdat mijn zenuwen afgesneden zijn.

De specialist vindt het te riskant om een lange operatie van zo’n acht uur uit te voeren om mijn zenuwen weer te verbinden. Uiteindelijk groeien zenuwen vanzelf weer aan. Super langzaam, nog geen millimeter per jaar, maar zo kunnen we een operatie vermijden.

En uiteindelijk, jaren verder, is het gevoel inderdaad zo goed als hersteld. Als ik nu in een vinger van mijn linkerhand knijp, lijkt het net of ik in een soort olifantshuid knijp. De hele gebeurtenis laat een diepe indruk bij me achter.

Het leuke is dat ik al heel wat jaren verzot ben op lego. Het spelen met legoblokken helpt mij bij mijn revalidatieproces. Ik moet weer helemaal opnieuw mijn vingerspieren leren gebruiken.

Inmiddels heb ik de leeftijd dat ik me helemaal stort op technisch bouwen, bijvoorbeeld een vuurtoren met een draaiende kop die lichtbalken ver laat schijnen. Op zeker moment doe ik met mijn vuurtoren mee aan een grote legowedstrijd. Met mijn derde plaats ben ik zo waanzinnig blij.

Ik mag op het grote podium voor in een stadsbioscoop komen staan. Een applaus in ontvangst nemen voelt raar. Normaliter ben ik als legobouwer in mijn eentje aan het bouwen, en nu sta ik in een volle bioscoop. Wat een gaaf moment.

Agressie in 288 woorden

Met mijn dikke billen zit ik op het gras van onze achtertuin, zwaaiend naar wie voorbijkomt over het smalle paadje. Zolang ik mezelf kan herinneren, ben ik gek op mensen. Ze blijven me boeien met hun diversiteit aan gedragingen. Inmiddels vijftig plus onderzoek ik nog steeds gepassioneerd het menselijk gedrag. Uitermate fascinerend. Mijn vertrouwen in de mens is eindeloos.

De eerste vertrouwensdeuk die ik mij herinner ontstaat op de lagere school. In een hogere klas zit een beruchte scholier. Hij is een eersteklas onbetrouwbaar iemand. Ik ben een uitermate gevoelig kind en dus een gemakkelijke prooi. Hij daagt me uit, maar ik negeer hem. Daardoor wordt hij nog fanatieker, want hij wil nu natuurlijk geen gezichtsverlies lijden.

Uiteindelijk besluit ik van hem weg te lopen en zo snel mogelijk hulp te zoeken bij de leraren die in de lerarenkamer aan het pauzeren zijn. Ik ga het schoolgebouw binnen richting de leraren. Ik voel dat hij me achternaloopt. Inmiddels ben ik er bijna. En dan, als vanuit het niets, duikt hij boven op me en slaat zijn arm om mijn nek.

Hij trekt me achterover, zodat ik bijna stik. Met voor mijn gevoel mijn laatste beetje adem schreeuw ik piepend en toch zo hard ik kan om hulp. Twee leraren komen me bevrijden van de wurgende arm. Ik word ontzet en de beruchte scholier krijgt straf.

Ik voel me nog lange tijd angstig. Bang dat me uit onverwachte hoek iets naars staat te gebeuren. Van de agressor heb ik gelukkig geen last meer.

Toch blijf ik de rest van mijn lagereschooltijd het gevoel houden een vreemde eend in de bijt te zijn. Ik heb wel een paar vriendjes en vriendinnetjes. Bij hen voel ik me heel veilig.

Straatvrees

Ik ben achttien jaar en ga met een aantal vrienden op stap in de stad. We zijn op weg naar ons favoriete grand café. Op vijf minuten afstand van het café wordt er vanaf de overkant van de straat naar ons geroepen. Niemand van ons groepje reageert. Omdat we niet reageren, roepen ze opnieuw. Dit keer is de toon agressief. Ik reageer met de vraag wat er nou eigenlijk is. Dat had ik beter niet kunnen doen.

Het gaat ineens allemaal heel snel. Ik ren aan de overkant van de straat voor mijn leven. Mijn vier vrienden zijn hem gesmeerd. In de spiegeling van de winkelruit zie ik dat er twee skinheads achter mij aan komen. Als we op volle snelheid rennen, neem ik een besluit. In een fractie van een seconde stop ik heel plotseling en draai me razendsnel om. Ik stomp een van die gasten in z’n gezicht, duw hem op de grond en ren daarna weer zo hard ik kan weg.

Ik raak in lichte paniek als ik constateer dat ik te maken heb met pezige mannen die gewatteerde bomberjacks dragen en kaalgeschoren schedels hebben. Degene die ik tegen de grond gewerkt heb laat zijn maat achter mij aan rennen. Als ik eenmaal de hoek om kan, staan daar ineens meerdere skinheads mij op te wachten.

Het blijft lastig en emotioneel om het vervolg te vertellen, maar het delen helpt mij ook weer bij het verder verwerken van mijn opgedane angsten. Ik word bij mijn haren gepakt en vervolgens slaan ze mijn voorhoofd keer op keer op de motorkap van een auto. Gelukkig lukt het me om mijn rechterarm onder mijn voorhoofd te leggen, waardoor de klappen niet zo hard aankomen.

Dan blijkt een van die gasten een steen in z’n hand te hebben. Hij beukt daarmee op mijn voorhoofd. Ik voel het bloed over mijn hoofd stromen. Ineens hoor ik hondengeblaf en ik schrik me wezenloos: shit, ze gaan die toch niet op mij afsturen? Het blijken politiehonden te zijn. De politiemannen ontzetten mij, en de skinheads slaan op de vlucht. Uit de kerk aan de overkant van de straat komt een priester om mij op te vangen. De ambulance is onderweg.

Eenmaal in de ambulance kom ik wat tot rust en begin te huilen. In het ziekenhuis hechten ze mijn hoofdwond, en als dat klaar is – inmiddels is het drie uur in de ochtend – mag ik naar huis bellen. Mijn lieve vader komt me halen, en als we in de auto zitten, blijven we stil. Het is een wonderbaarlijk ontspannende stilte. Ik hoef me niet te verantwoorden, mijn vader luistert als ik wat vertel. Mijn ouders zijn vooral geschrokken en blij dat ik weer thuis ben gekomen.

Mijn herstel gaat bedroevend traag. Ik genees fysiek heel rap, maar mentaal voel ik me een wrak. Mijn zelfvertrouwen heeft een enorme deuk opgelopen. Mijn moeder helpt mij weer naar buiten te gaan. Kleine stukken wandelen en de volgende dag weer iets verder proberen.

Na verloop van tijd wil de stadsrecherche dat ik aangifte van mishandeling doe en een fotoconfrontatie onderga. Samen met mijn vader meld ik me bij de receptie van het politiehoofdkantoor in de stad. Ik ben nog steeds bont en blauw en loop met een mank been. De receptiemedewerkster vraagt ongeïnteresseerd of de verwondingen zichtbaar zijn. Maar echt op een toon van: daar hebben we weer zo’n zogenaamd slachtoffer. Terwijl we naar de ruimte lopen waar de foto’s worden ingezien, komt er een rechercheur aanlopen die zegt: ‘Ja, die vechtpartijen in de stad. Het worden er steeds meer. Waarom moeten jullie toch altijd vechten?’

Ik kijk mijn vader aan. Na wat foto’s te hebben bekeken en niks gevonden te hebben, besluiten we zo snel mogelijk uit die beklemmende sfeer te komen en niet verder te gaan met die foto’s. Ook in het doen van aangifte heb ik geen vertrouwen meer. De politie doet nog een poging om ons terug te roepen, maar daar trappen mijn vader en ik niet in. Wat een stel zielige, respectloze en vooral vermoeide onwetende mensen. Is dat de normale gang van zaken? Ik voel me intens verdrietig en machteloos.

Een jaar na de gebeurtenis ben ik zover om met mijn moeder helemaal naar de stad te gaan. Wat een hel, maar ik wil echt doorzetten.

De maanden daarna blijven we dat doen, en op zeker moment schrik ik me wezenloos: ik zie een van de skinheads. Ik deel dat met mijn moeder, en we besluiten niets met de situatie te doen. Mijn schrik is snel verdwenen, en we gaan niet naar huis maar blijven in de stad. Wat een overwinning!

Vermoeidheid

Mijn hele ziel en zaligheid gaat in het schrijven van een blogartikel, met minder neem ik geen genoegen.

En dan ineens, vanuit een schijnbaar niets, komt het toch toto een schrijven.

Een voor mij zeer beladen onderwerp;

Vermoeidheid, wat een kwelling.

Niets aan de hand

zou je denken, een kwestie van gewoon beginnen dus

Maar daar laat zich een venijnigheid zien.

Hoe begin ik dan, wat zijn de eerste woorden?

Dat is voor mij dus wel degelijk een kwestie van beginnen met een eerste woord.

De diagnose bipolaire stoornis werd gesteld in oktober 2011.

Vanaf november 2011 heb ik dagboekfragmenten bijgehouden.

Ik neem je mee in mijn wereld van grote sprongen sky high, tot vallen hell deep en het vinden van een levens balans daar tussenin.

Als ik mijn verhaal zo teruglees krijg ik kippenvel en voel ontroering rondom mijn gevecht rechtop te blijven staan.

Een innerlijke noodzaak ervaren van sky high en hell deep, maar dan wel in balans.

Zoveel als mogelijk in ieder geval.

Het is dinsdag 29 november 2011

na het drinken van een kopje espresso, zit ik na in de voortuin.

Ondertussen knabbel ik aan heerlijke pepernoten, en drink ik tussendoor af en toe een slokje bronwater, als een heus ritueel.

Ik ervaar een intense moeheid, doordat er nu pas wat ruimte en rust in mijn lichaam en geest ontstaat.

Een ruimte waarbinnen alles wat is mag zijn.

Van overleven naar leven. Van wilskracht naar zielskracht, van willenkracht naar zielenkracht.

Momenteel is er dus

minuscule ruimte om te laten zijn wat is, incluis mijn vermoeidheid, een loom-sloom-droomgevoel, met een soort van zwaar smoel.

Oogleden die willen sluiten, al mijn wilskracht met lawaai willen muiten.

Een onlosmakelijke verbondenheid met alles en iedereen ervaren, en zowaar eindelijk na bijna vijftig jaar mag ik van mijzelf legaal staren.

Eindeloos, moeiteloos vertrouwen en in liefde loslaten, rust.

Een zwaarte van mijn oogleden, moegestreden.

Zodra ik dit schrijf verdwijnt mijn zwaarte.

Een zwaarte van lijf, een ruimte in geest.

Voor even sluit ik mijn ogen.

om mezelf te beloven alle powernaps op een dag, voelbaar toe te laten.

En te vertrouwen in dankbaarheid op mijn zielskracht.

Maar ja, een activiteit als opstaan is zo confronterend.

Oogleden die willen sluiten

dus dan maar gaan schrijven, zo kan ik bij mijn gevoel blijven.

En daar is die klote vermoeidheid, die allesoverheersende moker en besluit ik alles dat er nu is te laten gebeuren.

Overgave in plaats van nog zoveel willen, hap ik zomaar zittend op mijn fiets, nog even wat frisse lucht. Zonder verder na te denken blijk ik in actie!

Wil en ziel werken weer samen.

Maar dan wel in de 8e en zwaarste versnelling

zo kan ik alleen maar heel langzaam fietsen, het liefst tegen de wind in.

Zo vliegt de wereld door mijn slomige vermoeidheid, tenminste niet alsnog aan mij voorbij.

Ik voel mijn wereld als in slow-motion. Dat gevoel mag er wezen en laat me veel bewuster leven.

Doe mij maar een portie langzaam, langzamer, langzaamst.

Zo helend!

Wil je op de hoogte blijven?

Hoezo kwetsbaar?

De moed om anderen te inspireren met jouw creativiteit. De moed om je open te stellen en daardoor diep contact te maken met anderen.

Jezelf kwetsbaar opstellen betekent dat je een stukje van jouw kern laat zien, van wie jij echt bent. Dat is mooi, maar brengt ook een risico met zich mee.

Want: wat als dat kwetsbare stukje van jou wordt afgekeurd? Dan liggen schaamte, verstoting en een gevoel van minderwaardigheid op de loer.

Maar tegelijkertijd is kwetsbaarheid ook de bron van plezier, creativiteit, saamhorigheid en liefde.

Want kwetsbaarheid brengt herkenning, geeft anderen de mogelijkheid zich ook open op te stellen en geeft jouw de mogelijkheid anderen te inspireren met jouw creativiteit en unieke kijk op de wereld.

Mijn ervaring is dat de voordelen van kwetsbaarheid veel belangrijker zijn dan de eventuele risico’s. Want als jij het risico niet neemt, dan leef je niet echt. Dan verstop je jezelf en beleef  je nooit het plezier dat komt van pure kwetsbaarheid.

Kwetsbaarheid is niet meer iets om te vermijden, maar juist iets om na te jagen. Kwetsbaarheid kan jouw leven verrijken en staat voor een krachtig NU.

Schaamte

Veel te lang heb jij geluisterd naar die innerlijke criticus die jou vertelde dat je jezelf moest schamen, nadat je jezelf kwetsbaar had opgesteld.

Die schaamte is namelijk de grootste blokkade als het gaat om verbindingen aangaan. Schaamte zorgt ervoor dat je dingen niet zegt, niet deelt en zelfs niet durft te voelen. Het zorgt ervoor dat je jezelf niet helemaal kunt blootgeven.

Wat is kwetsbaarheid?

Misschien denk jij ook wel dat je kwetsbaar bent, maar ben je dat juist helemaal niet. Zonder gene al jouw problemen op tafel gooien lijkt kwetsbaar, maar is vaak juist een afleiding van jouw kern.

Het is praten óver kwetsbaarheid, in plaats van echt kwetsbaar zijn.

Vertellen hoe verdrietig je was als het alweer over is, lijkt kwetsbaar tot op zekere hoogte, maar échte kwetsbaarheid is middenin dat verdriet naar een ander toegaan. En dat is niet eenvoudig.

Hard werken

Kwetsbaarheid is ook niet makkelijk. Het is simpel om bovenstaande boodschap te horen en aan te nemen, zónder het echt na te leven.

In theorie ben jij het volkomen met de boodschap eens, maar kwetsbaar zijn in de praktijk is vaak een stuk lastiger. Zeker als jij jezelf jarenlang hebt aangeleerd alles behalve kwetsbaar te zijn.

Kwetsbaarheid is hard werken.

Het is elke dag jezelf ‘motiveren’ om die toenadering te zoeken. Elke dag kiezen om niet alleen jouw mooie, maar ook je lelijke kanten te tonen. Elke dag te accepteren dat je imperfect bent en ook fouten mag maken.

Risico’s

Je kwetsbaar opstellen is ook: risico’s nemen. Het is ‘ik hou van je’ zeggen zonder dat je weet of er een antwoord terug komt.

Het is jouw excuses aanbieden, zonder te weten of de ander het zal accepteren. Het is eerlijk toegeven dat je een grote fout hebt gemaakt op je werk, ook al weet je niet hoe je baas zal reageren.

Kleine stappen

Jezelf kwetsbaar opstellen betekent onder meer dat je deelt wat jij denkt, voelt en wilt. Maar je hoeft echt niet meteen alles te delen. Deel gewoon wat je op het hart ligt, dat waar je woorden aan wilt geven of wat je wilt uiten in creatie. Neem kleine stappen.

Ik heb mijn strijd gestreden en ben geheel vastgelopen. Voorbij mijn ego, slimme gedrag en schaamte, ga ik voor herstel. Op wilskracht alleen red ik het niet meer. Ik heb liefdevolle en professionele hulp nodig en wel NU!

Uit mijn autobiografie; ‘Bipolair, mijn geheim over leven’;

Happen naar de dood, mijn jaarlijkse zomer-overprikkeling. Ik bevind me in water en zink als een baksteen naar beneden. Een besef van ongekend tekortkomen. Ik probeer weer naar boven te komen, maar ik heb te weinig zuurstof om weer met mijn hoofd boven het water uit te komen.

Dat is het dus. Voor mij geen frisse lucht meer. Een laatste poging, gepaard gaande met zeer drukke overlevingsreflexen, overslaand in paniek.

Ik red het niet, mijn adem stokt. HELP!HELP! Alsjeblieft. Ik kan de woorden alleen maar voelen; door de druk van het water op mijn mond kan ik ze niet uitschreeuwen. Niemand die me ziet. Het ergste is dat ik maar niet wakker word uit die kou en donkerte. Diep in het water. Ik huil, waarna het gevoel van de droom zich weer herhaalt.

Deze eeuwigheid duurt pas negentig seconden. Ik ben me te pletter geschrokken, maar voel opluchting; ik ben weer wakker geschoten. Uit het water bevrijd lig ik zwetend in mijn bed, naast mijn partner José. Met een gevoel van ‘weet-ik-veel’.

Een gevoel van toegeven. Ik wandel gestaag richting een hypomane fase, de opmaat naar een psychose. Met een psychose bedoel ik als de wereld om min heen zich vermengt met mijn eigen extreme ongezonde fantasieën.

Mijn grote voorbeeld met het naar buiten treden met mijn bipolaire stoornis, is Kay Redfield Jamison* en haar boek De onrustige geest. Zij heeft dit boek al in 1995 geschreven en spreekt erin nog over manisch-depressiviteit. Inmiddels al wat achterhaald, omdat je als mens niet alleen maar manisch of depressief bent.

Gelukkig bestaan er middenwegen. Tegenwoordig wordt er meer gesproken over lasten en leed die je kunt ondervinden met een bipolaire stoornis. de term ‘bipolair’ verwijst naar een bredere range van stemmingen.

Op zeker moment heb ik het met mijn zus over De onrustige geest’ en de schrijfster van het boek. Mijn zus glimlacht en zegt; ‘Dat boek heb ik hier. Het is super-interessant. Wil je het lezen?’ ‘Ja, heel graag’, antwoord ik haar. Hoe klein is de wereld?

Waarmee Kay mij met name heeft geraakt, is het gevecht met haarzelf. Verder heeft ze het over het grootste probleem bij de behandeling van een bipolaire stoornis. Dat is niet dat er geen doeltreffende geneesmiddelen** bestaan.

Die zijn er wel, maar patiënten weigeren ze vaak in te nemen. Nog erger is het als ze helemaal geen hulp zoeken. Vaak door gebrek aan informatie, slecht medisch advies, of omdat ze bang zijn nagewezen te worden.

Ook heerst er angst om nadelige persoonlijke of professionele gevolgen te ondervinden. Ook veroorzaakt de stoornis soms verschrikkelijk gedrag. De bipolaire stoornis vernietigt de basis voor logisch denken en tast heel vaak de wens of wil om te leven aan. Zo niet, dan kan ze je het unieke gevoel geven dat je alles aankunt en overal van geniet. Twee uitersten!

Reden voor mij om mijn innerlijke noodzaak te volgen om ook met mijn levensverhaal naar buiten te komen. Hoop en herkenning in wat anderen schrijven en vertellen, werkt bij mij ook helend. Vandaar mijn autobiografie Bipolair, mijn geheim over leven. Speciaal voor jou!

*Kay Redfield Jamison is professor aan de John’s Hopkins Universiteit in Baltimore, Verenigde Staten.

**Ik spreek uit ervaring liever over ondersteunende middelen in plaats van geneesmiddelen. Medicatie geneest mijn bipolaire stoornis niet, ze ondersteunt.

Testimonial

Mijn naam is Carry L. en ik heb bij René afgeleerd om te vragen; ‘Hoe gaat het met je? Die vraag is niet specifiek genoeg. Tijdens ons eerste gesprek blijkt dat we een interesse in mensen delen, beiden functioneel spiritueel zijn en vooral graag associëren. Wij zijn in staat om vijf kwartier in een uur te praten.

Echter, terwijl ik na het gesprek weer landde en doorging met mijn werk, bleken onze gesprekken voor René nog lange tijd door te werken. Pas dan waren alle prikkels verwerkt.

Tijdens de vervolggesprekken spraken we dus af om op niet meer dan één onderwerp per gesprek te associëren.

We zijn dus nog lang niet uitgepraat.

Met veel bewondering heb ik getuige mogen zijn van het proces waarin René, met de mensen om hem heen, een levenswijze heeft gevonden en toegepast waarin hij optimaal functioneert, of misschien anders gezegd; gedijt.

Mij bewust van mijn gedeeltelijke onwetendheid neem ik aan dat er bij sommige mensen door het lezen van dit boek veel begrip en herkenning zal ontstaan en dat het voor sommigen ook pijnlijk zal zijn om te lezen waar hun geliefde doorheen moet gaan en gaat.

Dit sluit meteen aan op de wens waarmee ik wil afsluiten; ik wens de lezer veel begrip, zowel in ontvangen als in geven.

life & business-coach Carry Leegwater

Wil je op de hoogte blijven?

Flikker toch op met al die angsten

Clear-your-Fear, inzichten om angsten de baas te worden. Benoem, verbrand, verklein je angst en bedenk een anti-angst tekst. Bijvoorbeeld; Ik ben niet mijn angst. Al die angsten vreten al je energie weg. Ze beheersen heel je leven. En ik kan het weten.

Een groot gedeelte van mijn leven staat regelmatig in het teken van stemmingswisselingen, met angst en paniek aanvallen tot gevolg.

Totdat het hyperventileren, als gevolg van die panische angsten, mij zo uitgeput heeft dat ik letterlijk om hulp schreeuw. En lucky me ik leer in 2000 mijn liefde van mijn leven José kennen.

Zij heeft mij onvoorwaardelijk lief, wat een opluchting, wat een wijsheid. José heeft mij gezien en gehoord.

Ik weet dan nog niets van de bipolaire stoornis, waar ik regelmatig last van blijk te hebben. Die diagnose is pas in oktober 2011 gesteld.

Na veel vallen en opstaan gaat er een wereld van ‘adem-mogelijkheden’ voor me open en krijg ik mijn ademhaling definitief in balans. Samen met de liefde van José en mijn kinderen hervind ik mijn zin in het leven.

Heel af en toe komt er een stemmingswisseling met een lichte angst opzetten, maar dat is altijd in indruk wekkende situaties.

Ik heb mezelf inmiddels zo getraind dat ik de wisselingen in angst/paniek altijd weer weet op te laten lossen. Iedere dag doe ik bijvoorbeeld minstens 2 powernaps van maximaal 10 minuten.

Na de lunch en na het avondeten even wegzakken en dan direct opstaan en met een activiteit aan de slag.

Het onderbreken levert me zo vaak heldere inspiratie op. De wetenschappers hebben niet stil gezeten, en hebben inmiddels aangetoond dat door even een pauze te nemen, een netwerk van hersencellen achter in je hoofd die voor je inspiratie en ideeën zorgen, zichtbaar veranderen. Ze groeien als het ware minuscuul.

Het pauzeren is voor mij ook noodzakelijk om alle indrukken op mijn eigen tempo te kunnen verwerken. Dit om overprikkeling en de daarmee samenhangende angstaanvallen, te voorkomen.

De liefde en onder andere de ademtherapie hebben me mijn leven terug gegeven. Wat was de ademtherapie verschrikkelijk eng in het begin. Ik werd uit mijn ‘comfortzone’ getrokken, maar langzaam aan verbeterde mijn levenskwaliteit.

De begeleiding bij het weer opnieuw bewust leren ademen, was geweldig. de begeleiders waren ervarings-kundigen. Zij wisten precies waar ik doorheen ging.

Tussen de ademsessies door ben ik als extra afleiding een natuurlijk materiaal gaan zoeken waar ik graag mee zou willen werken. Ik zie het ruwe hout, voel mogelijkheden en ben verkocht.

Beeldhouwen met hout, het is mijn lust en mijn leven geworden. Bewust ademen en ruw hout bewerken in de natuur in bijvoorbeeld mijn houtwerkplaats in de open lucht, is voor mij als zuurstof, als innerlijke noodzaak geworden.

Ik heb mijn leven inmiddels optimaal afgestemd op het verwezenlijken van mijn droom; Tijd doorbrengen met mijn dierbaren, er voor jou zijn, schrijven en vrouwen en mannen interviewen, zodat zij zich gehoord en gezien voelen om wie zij ten diepste zijn.

Centraal bij eventuele angstaanvallen staat je bewuste ademhaling vanuit je onderbuik. Via je mond 4 tellen inademen en langer dan 4 tellen via je mond uitademen. Jij bepaald je ademhaling, het ademen moet voor jou ontspannen voelen.

In jouw proces van doen, meer dan praten alleen, ga je vergissingen maken. Deze vergissingen kunnen je verder in je proces weer grandioze inzichten geven. Ik heb zoveel last van zogenaamde faalangst gehad.

Voelde me super onzeker en kreeg black-outs, als ik bijvoorbeeld op school moest presteren op een vaststaande manier en een vaststaande tijd. Examentijd was voor mij een meer dan gemiddelde hel op aarde.

Ik scoor om de examens heen hoge cijfers, maar zit stijf van angst in de zaal, als ik examen moet doen. Op school vertellen ze dat ik last heb van faalangst. Maar ik herken me niet in die omschrijving.

En hoe komt het dan dat ik in één keer slaag voor mijn theorie rijexamen en mijn praktijk rijexamen in 18 lessen ook in één keer haal?

Voor mij heeft dat met motivatie te maken. Door school raak ik niet gemotiveerd, integendeel ik vind het voornamelijk zonde van mijn tijd al die vastgestelde roosteruren. Het hele proces van het behalen van mijn autorij-examen heeft me, vanaf de 1e minuut, tot het einde geboeid.

Verder ontwikkelde zich rond mijn 18e een straatvrees. Na een avond stappen in de stad met mijn vrienden, word ik door een groep skin-heads afgetuigd. Stijf van de angst sta ik op zeker moment eindelijk vol goede moed voor de deur.

Ik durfde niet naar buiten, bang dat deze groep me zou staan opwachten en hun werk zouden afmaken. Begrijpelijk, maar niet realistisch. Toch legt deze vrees mijn leven lam!

Controle, controle en nog eens controle willen houden over mijn levenssituaties en daarmee mijn stemmingswisselingen. In plaats van meebewegen met het leven ontwikkelt zich bij mij een controledrang.

Ik word een controlefreak. Maar ik heb helemaal niets in de hand, laat staan controle over mijn leven. Er komt op zeker moment zelfs letterlijk niets meer uit mijn handen, een bijna apathisch gevoel. Dat heeft me er lange tijd van weerhouden om voluit te leven.

Vrijheid betekent alleen maar dat je niets meer te verliezen hebt. Erkenning en waardering heb je niet langer meer nodig. Welkom! Ik ben niet mijn gedachten, dus ook niet mijn angst.

Toch kon ik soms zo bang zijn voor iets, hoe onlogisch of onredelijk ook, dat het me verlamt. En hoe meer ik mijn angst voed, hoe groter de invloed ervan op mijn leven.

De toverwoorden zijn LUISTEREN EN RELATIVEREN. En het materiaal dat mijn leven een verdiepende dimensie heeft gegeven en mij leert luisteren en relativeren, is hout. Het verzamelen van ruw hout, het ontdekken hoe ik het materiaal het beste kan bewerken.

Beeldhouwen vooral met hout, ik snap er in het begin geen bal van. Hoe en met wat voor gereedschappen kan ik aan de slag, met de diversen soorten hout. Al onderzoekende en in gesprek raken met oude hout-baasjes, levert een schat aan luisteren en relativeren op. Door de natuur leer ik nederig te luisteren en te relativeren. Zij vertelt mij al haar geheimen. De natuur bepaald, niet ik!

Uiteindelijk zijn twee molens in Haarlem medebepalend geweest op het levenskruispunt waar ik sta. Welke kant wil ik op? Welke richting maakt me weer gelukkig?

De houtzaagmolen ‘Eénhoorn’ aan de rivier het Spaarne in Haarlem, en het mogen deelnemen aan het herbouw-team van stadsmolen de Adriaan, ook liggend aan het Spaarne en die in 1936 door brand is verwoest.

Omdat ik zo geboeid werd door het ambachtelijke zagen lukt het mij om iedere zaterdag als vrijwilliger naar de molens te gaan. Mijn straatvrees verdween op die momenten als sneeuw voor de zon.

Het team bij beiden molens bestaat uit jonge en oude mensen. Man en vrouw. Van hun leer ik om op mijn ademhaling te letten. Niet hoog, maar vanuit je buik ademen. Ik blijk voortdurend te hyperventileren, zonder dat ik het door heb.

Het bizarre van het hele houtverhaal is niet dat zij mij van horen zeggen, dure ademhalings- therapieën adviseren. Nee, ze hebben het helemaal niet over hyperventilatie. De sfeer was gewoon heel intiem. Ik mag volledig mezelf zijn en ik leer rust te ervaren.

Mijn molencollega’s hebben me toen, zonder dat ik me daar in 1e instantie van gewaar ben, de powernaps geleerd, die mij het plezier en gedrevenheid weer hebben teruggegeven.

De naps en eigenlijk dus de magie van efficiënt nietsdoen, zij hebben mij m’n authenticiteit en onbevangenheid weer doen voelen.

Al die magische rust is eigenlijk niets anders dan even niet druk met iets bezig zijn. Ik ben dan kalmpjes naar een punt in de verte aan het staren en laat mijn gedachten de vrije loop. Of ik drink een borreltje of een kop koffie tussen de houtbezigheden door.

Tijdens dat efficiënt nietsdoen hadden we de meest inspirerende gesprekken met elkaar. Over allerlei levens en materiaalzaken. Ik leer hoe de gereedschappen te gebruiken en hoe ik houtsoorten kon onderscheiden. Oud en jong en jong en oud gezamenlijk een doel, dat zeker.

Maar hoe, wanneer, wat en met wie we uiteindelijk de restauratie tot een eind brachten, deed er veel minder toe, dan het groepsproces waar we aan deelnemen. Wat een super leerzame tijd. En ik overwin mijn faal angst en mijn straatvrees en ik zeg hardop; “En nou opgeflikkerd met die angsten”

Dat vergeef ik je nooit

Vergeving is volgens de algemene opvatting het iemand niet meer kwalijk nemen van een ernstige daad. Vergeven wordt dan gedaan door diegene die geestelijk of materiële schade heeft geleden.

Bron; Wikipedia

Een hindoe wiens zoon door een moslim was vermoord, zocht Mahatma Gandhi op en vroeg; “Hoe kan ik de moslims ooit vergeven?. Hoe kan ik ooit weer vrede vinden, nu mijn hart zo vol haat zit jegens degenen die mijn eigen kind hebben vermoord?”

Gandhi raadde de man aan om een kind van de vijand te adopteren, dat wees was geworden, en dit als zijn eigen kind op te voeden.

Ik kan jou niet vergeven

Zelf heb ik tussen mijn 20e en 40e levensjaar, een aantal mensen intens gehaat. Zoveel onrechtvaardigheid kan ik niet verwerken. In plaats daarvan ontwikkel ik een niet te stoppen haat. Maar waarom eigenlijk? Waar komt die haat vandaan? Wat zegt dat over mij?

In oktober 2011 krijg ik de diagnose, dat ik af en toe last van mijn bipolaire stoornis zal hebben.

Als ik verder terugkijk op mijn leven, dan kan ik gerust stellen dat ik mijn hele leven te regelmatig lijd onder extreme stemmingswisselingen, maar daar nooit vat op krijg. Nu heeft het beest een naam en beginnen we (mijn dierbaren en ik), te werken aan mijn herstel. Ik accepteer nu ook makkelijker hulp, ik ben zo uitgeput!

En dan te bedenken dat je met een bipolaire stoornis kampt met een tekort aan een zout-element met de naam lithium-carbonaat. Ik maak het te weinig aan, waardoor ik ter compensatie lithium slik. Doe ik dat niet, dan ga ik van extreem vrolijke gedragingen, naar diep depressieve. Dat is echt overleven geblazen.

Tijdens mijn herstel maakt mijn mindset ook een enorme ontwikkeling door. Ik ben zo dankbaar dat ik nog leef. Ik realiseer me dan hoe ik voor mijn diagnose in het leven sta, en hoe ik merk dat ik verander, meer bewust ga leven. Dat voelt verrijkend!

Mijn persoonlijkheid in combinatie met mijn fysieke gesteldheid, heeft mij zo lang in slachtoffer-stand gehouden. Alles en iedereen in mijn omgeving heeft het verkeerd gedaan. Ik wijs zo gemakkelijk met mijn vinger, gericht op een ander, Ik verzuur en ben vaak onaangenaam en irritant tegenover mijn medemens.

Met het herstel komt ook mijn rust weer terug. Welleswaar met veel vallen en opstaan, maar wel gestaag, voel ik me opknappen. Wat zouttekort niet met mensen, met mij, kan doen. Ik denk direct aan suikerziekte, ik snap dat ineens allemaal veel beter.

Als mensen niet goed genoeg staan ingesteld op insuline, kunnen zij hele rare gedragingen vertonen. Insuline en lithium carbonaat, LEVENSREDDERS!

Mijn persoonlijke ontwikkelingen verlopen, zoals eerder gemeld, als in een sneltreinvaart. Het eerste wat ik ben gaan inzien, mede dat ik tot rust aan het komen ben, dat ik een behoorlijk aantal vals beschuldigt heb. Dat is zo’n vreselijk besef.

Toch, als ik zo regelmatig last heb gehad van de bipolaire stoornis, is de schade uiteindelijk te overzien. Maar hoe ga ik met deze inzichten om? Waar moet ik in godsnaam beginnen met excuses te maken voor mijn gedrag, en hoe doe je dat?

Bipolair zijn betekent voor mij ook extra gevoeligheid, een zevende zintuig, die juist van pas kan komen, als ik de confrontaties aanga. Als ik in balans ben, voel ik heel snel aan hoe mensen in elkaar zitten; wat voor bedoelingen hebben ze, en vooral kijk ik dwars door maskers heen.

Elisabeth Kübler-Ross,

om een volmaakt leven te kunnen leiden, dienen we te vergeven. Vergeving is dé manier om krenkingen en kwetsuren te laten genezen, en de band met anderen en onszelf te herstellen. We worden allemaal wel eens gekwetst. We verdienen dit niet, maar de pijn of het verdriet voelen we wel degelijk. En als we eerlijk zijn, dan moeten we toegeven dat we zelf vrijwel zeker anderen ook wel eens kwetsen. Het probleem is niet zozeer de krenking zelf, maar dat we deze niet kunnen of willen vergeten. Daarom blijft de krenking pijn doen. We lopen in het leven voortdurend dergelijke kwetsuren op, en zijn niet getraind om ermee om te gaan. Op dat moment is vergeving belangrijk. Vergeving is een keuze.

Vaak heeft deze 7e eigenschap (intuïtie in het kwadraat), mij overprikkeling opgeleverd. De hoeveelheid intense indrukken is dan zo groot, dat ik ze niet voldoende kan filteren. Alle gevoelens gaan dan door elkaar heen lopen, en ik raak geprikkeld, zonder enige vorm van gezonde focus.

Met als gevolg dat ik me niet gehoord of gezien voel. En daar zit mijn knelpunt. Ik ben dan terecht gekomen in een vicieuze cirkel en hol mezelf steeds verder uit. Gelukkig besef ik het gebruik van mijn negatieve mechanisme steeds sneller. Nu kan ik makkelijker ingrijpen.

Dat houd in dat ik me realiseer dat ik eerst mijzelf zal moeten vergeven, wil ik in staat zijn een ander te vergeven. Of nog lastiger, ik zal leren mijzelf te vergeven, zodat een ander de ruimte voelt om mij te begrijpen en als ik mazzel heb, te vergeven.

Elisabeth Kübler-Ross, vergeving kan ironisch genoeg ook een egoïstische daad zijn, omdat ze belangrijker is, voor degene die verwond werd dan voor degene die verwondde.

Stervende vinden vaak een soort vrede die in hun leven ontbrak, omdat sterven laten gaan betekent; en dat geldt ook voor vergeven. Als we niet vergeven, blijven we zitten met oude wonden, krenkingen en boosheden. We houden het ongelukkige deel van ons verleden levend en geven voedsel aan onze wrok. Als we niet vergeven, worden we slaven van onszelf

Ik vind het heerlijk om te schrijven, dus besluit om een plan te gaan schrijven, een plan van sociale aanpak. Alleen al het met het plan bezig te zijn werkt helend. Mijn overzicht komt terug en ervaar voor het eerst in jaren weer focus.

Die gebruik ik om in het plan gedetailleerd te beschrijven welke mensen ik mijn excuses wil gaan maken. De betreffende confrontaties van toen schrijf ik op, als een soort levensmoment in een notendop. Op het moment dat ik 1 pagina vol heb geschreven, schrik ik me rot. Wat heb ik veel mensen onheus bejegend.

Toch blijf ik vol goede moed, het mag niet als excuus dienen, maar mijn onwetendheid over het af en toe last hebben van een bipolaire stoornis, helpt mij enorm om gefocust te blijven. Deze stoornis heeft mij met zekere regelmaat de afgrond in laten donderen. Dan krijg ik steeds weer steun en toeverlaat van een handje vol intimi. Zij zijn als een soort van alternatieve ‘guardian-angels’.

Voor de rest leef ik grotendeels in eenzaamheid. Ik blijf zo vriendelijk en sociaal mogelijk tegenover andere mensen. Het is helaas een masker, ik ervaar mezelf als een vreemde eend in de bijt. Maar ik zie licht aan de horizon.

De lange lijst word door mij ingekort, tot meest urgente excuses! Als alles uitgeschreven is, maak ik een planning in mijn agenda. Dit zorgt ervoor dat ik een ritme ontwikkel, waarin ik niet teveel hoef na te denken. Het enige dat echt nodig is, is dat ik voldoende rust heb genomen, voordat ik bij deze gekwetste mensen langs ga. Mijn rust zorgt hopelijk voor makkelijker begrip, en vergeving.

Mijn insteek is en blijft excuses die ik ga maken. Wat daar uit voortkomt is het minst belangrijke. Hoewel, eerlijk gezegd zou het hartverwarmend zijn, als zij mij kunnen vergeven. Ik ga op reis, mijn eerste excuses gaan gemaakt worden.

Ik voel me wat nerveus, maar op mijn gemak als ik aanbel. Het duurt even voor de deur opengaat. De betreffende persoon schrikt zich een hoedje en kijkt niet blij, laat staan ontspannen. Tranen wellen op, ik veeg ze weer weg en let op mijn ademhaling. Het gezicht van de ander ontspant enigszins, en ik voel ruimte om mijn excuses aan te bieden.

De eerste zit erop, en mijn excuses zijn geaccepteerd, wat een opluchting. Gelukkig heb ik besloten om, om de dag mijn lijstje te volgen. Het helpt enorm dat ik de rust in mijzelf zoek, en mezelf vergeven heb. Zodoende ervaar ik een oprechtheid in mezelf, waardoor mijn masker niet meer nodig is. Op een aantal na, heeft iedereen mijn excuses zeer op prijs gesteld. Een nieuwe wereld gaat voor me open, en terwijl ik dit schrijf voel ik de pijn van toen even. Mijn tranen van opluchting nemen het al gauw over!

Elisabeth Kübler-Ross, vergeving heeft veel te bieden, onder andere dat gevoel van volmaaktheid dat, naar we stellig dachten, permanent door de boosdoener van ons weg was genomen. Het beidt ons de vrijheid om weer te zijn wie we zijn. Iedereen verdient een kans om zichzelf en zijn of haar relaties een nieuwe start te geven. Die kans is de magie van vergeving. Als we anderen of onszelf vergeven, vinden we genade. Zoals een bot na een breuk sterker is dan voor het brak, zo kunnen onze levens sterker zijn wanneer de vergeving onze wonden heelt.

Slotwoord;

Pas als ik me bewust ben geworden van mijn onmacht, onwetendheid en angst, kan ik mezelf vergeven. Ik kom tot besef dat mijn gevoelens zijn voortgekomen uit oordelen. Ik veroordeel een ander, zonder zijn of haar situatie echt te kennen. Mijn eigen gecreëerde slachtofferschap gebruik ik als excuus om een ander te kwetsen. Niet zozeer expres, maar ik kan het niet laten. De ommekeer vind plaats als ik hulp krijg en ruimte ervaar, mijn gedrag onder een loep leg en me ten diepste schaam. Mijn sterrenbeeld is ook nog eens Schorpioen. dat doet me denken aan een verhaaltje.

Ken je het verhaaltje van de kikker en de schorpioen?

De schorpioen staat aan de rand van een rivier en wil graag naar de overkant. Maar ja, een schorpioen kan niet zwemmen. Hij kijkt om zich heen en ziet een kikker. Bij de kikker aangekomen vraagt de schorpioen of hij op de rug van de kikker, mee naar de overkant mag. De kikker reageert verbaasd; “Als ik dat doe dan steek je me onderweg in mijn rug en zal ik sterven”.

Maar beste kikker dat is toch niet logisch, als jij verdrinkt, dan verdrink ik ook. Ik zal je dus zeker niet steken. De kikker is overtuigd, en neemt de schorpioen op zijn rug. Halverwege voelt de kikker een venijnige steek en zegt direct tegen de schorpioen, dat ze nu allebei zullen verdrinken. “Waarom heb je dat gedaan?” En de schorpioen zegt; Ik kan er niets aan doen, het is mijn natuur”.

Mijn ervaring is gelukkig dat nare situaties, zich weer ten goede kunnen keren. “Dat vergeef ik je nooit”. Zo luidt de titel van dit artikel. Door met de figuurlijke billen bloot te gaan, mijn proces daarin heb gerespecteerd, heb ik mezelf vergeven.

En daardoor is er ruimte vrijgekomen, ook bij de betreffende anderen. En in 99% van de situaties, ben ik vergeven. En ik vergeef die 1%, die mij om de één of andere respectabele reden, niet hebben kunnen vergeven. Daar zijn en blijven we mensen voor.

Word ook zichtbaar

In mijn Houttuin, een buitenwerkplaats aan de rand van een boerenerf, weet ik van te voren vaak niet wat ik ga doen. Ik pak uit de houtwal een mooi stuk hout en ik ga aan de slag, zonder te weten wat er uit een gevonden stuk hout, zal ontstaan. Ik ben aan het beeldhouwen.  

De Houttuin werkt als een onderzoeksruimte in de buitenlucht. Ik sta letterlijk zonder muren om mij heen. Zo open en bloot op het boerenerf, voel ik me kwetsbaar, iedereen kan me tenslotte bezig zien en horen. Er komt regelmatig een onwaarschijnlijke rust en gevoel van vrijheid over me heen. Ik ‘speel’ dan onbevangen als een kind, in een Houttuin zonder muren. Magisch!

Er opent zich een kracht in mezelf die ik niet eerder heb gekend. Een authentieke, eerlijke kracht die mijn kwetsbaarheid omarmt.  

Ik ervaar ruimte in mijn hoofd en lijf, ruimte voor compassie en liefde. Kwetsbaar zijn is echt en puur zijn, tussen 2 momenten door. Ik deel dan mijn gevoel in dat tussen-moment met een ander, bijvoorbeeld; mijn onrust, blijheid, onzekerheid of dankbaarheid.

Ik ben van 1965 en een groot deel van mijn leven heeft in het teken gestaan van angst en paniek aanvallen. Totdat het hyperventileren tussen 1990 en 2000, als gevolg van die panische angsten, mij zo uitgeput heeft dat ik letterlijk om hulp schreeuw.

Die hulp komt er in de vorm van ademtherapie. Ervaringsdeskundigen ondersteunen mij in het weer opnieuw leren ademen, vooral vanuit mijn buik. Als het 2000 is ontmoet ik ook nog eens de liefde van mijn leven José.

Ik weet dan nog niets van de bipolaire stoornis, waar ik regelmatig last van blijk te hebben. Die diagnose is pas in oktober 2011 gesteld.  

Na veel vallen en opstaan en vooral door mijn perfectionisme met steeds kleine stappen los te laten, krijg ik mijn ademhaling definitief in balans.  

Samen met José en mijn kinderen, hervind ik mijn zin in het leven, en ontdek ik de helende werking van schrijven, en het delen van levensverhalen.

Ik besluit een autobiografie over mijn levenservaringen te gaan schrijven en voel me inmiddels bevrijd van mijn ideaalbeeld. Na het publiceren van Bipolair, mijn geheim over leven, volgen er lezingen en presentaties.

Er gaat een nieuwe wereld voor me open; spreken voor een klein publiek! Door me kwetsbaar op te stellen, hoef ik dus nergens meer aan te voldoen, Ik ben wie ik ben, en dat voelt helemaal ok.

Nu ik kwetsbaar durf te zijn, heb ik een intiemere relatie met José, vrienden, mijn kinderen en familie. Deze instelling is van grote invloed geweest op mijn werk: ik ben productiever, creatiever en laat mijn intuïtie spreken. De rem is weg, ik ben vrijer van belemmerende overtuigingen

Al die overtuigingen. Denk zelf maar eens terug aan iets waar je vroeger heilig in geloofde, en nu niet meer.

Sommige overtuigingen zijn handig, en sommige zijn niet meer houdbaar en dus onhandig en vooral belemmerend in je dagelijkse leven. Meestal heb je het zelf niet eens door, dat je hiermee jezelf tekort doet.

Laat je niet afleiden bij jouw volgende schrijf-stappen. er is tijdens het schrijven geen ruimte voor belemmerende overtuigingen, zoals;

 Iedereen moet mij aardig vinden

Goedkeuring van anderen is belangrijk voor je. Je laat je leiden door wat anderen van je denken. Kritiek maakt je onzeker. Je probeert iedereen te vriend te houden. Je kunt jezelf geen slechte dag of een slecht humeur toestaan.  

Herken je dit? Dan kan het helpen om je overtuiging om te vormen naar: Ik kan beter mezelf respecteren dan afhankelijk te zijn van het respect van anderen. Of: Ik ben een waardevol mens, wat anderen ook over mij denken.

 Ik mag geen fouten maken

Je steekt nodeloos veel tijd en energie in het vermijden van fouten. Je krijgt last van faalangst. Faalangst is perfectie! Je veroordeelt jezelf op basis van een fout. Je verwacht van anderen ook dat ze perfect zijn en wordt hierdoor veelvuldig teleurgesteld.   Je moet presteren om je de moeite waard te kunnen voelen.   Mag je geen fouten maken? Vervang die gedachte maar door: Ik mag fouten maken. Of: Van je fouten kun je leren.

 Alles moet precies gaan zoals ik wil

Je kunt er heel slecht tegen als dingen tegenzitten. Als iets niet meteen lukt, raak je van slag of word je boos. Je probeert altijd je zin door te drijven. Je maakt je onnodig druk over dingen die niet te veranderen zijn.   Ja! Deze herken ik bij mezelf. Ik wil altijd graag dat dingen op mijn manier gaan. Dus ik moet vaak tegen mezelf zeggen: laat het los, de dingen zijn zoals ze zijn.   Of: als ik het niet kan veranderen, dan heeft het ook geen zin om me er druk over te maken.

 Alle ellende wordt veroorzaakt door factoren buiten mij

Jij kunt er niks aan doen. Je zult sterk de neiging hebben om anderen verantwoordelijk te stellen voor het onheil dat je overkomt. Dit is de slachtofferrol.  

Vorm hem om door te denken: het zijn niet de gebeurtenissen die mij in de problemen brengen maar het is mijn interpretatie daarvan. Of: wat is mijn aandeel in dit geheel en wat kan ik dan wel doen?

 Ik ben zoals ik ben en dat zal altijd zo blijven

Je kunt er niks aan doen, dit is wat het is. Je neemt geen verantwoordelijkheid voor de manier waarop je je gedraagt en hoe je je voelt. Wanneer iemand je op je gedrag aanspreekt, doe je het af met “Zo ben ik nou eenmaal”.  

Deze uitspraak kom ik onder andere in mijn interview-werk in vele vormen tegen. Als je deze gedachte herkent, vorm hem dan snel om, want dat zal je veel nieuwe mogelijkheden geven! Dus dat ik de dingen tot nu toe zo gedaan heb, betekent niet dat ik dat altijd zo zal moeten blijven doen. Of: anders denken, is anders doen. Of: als jij het kunt, kan ik het ook leren.