Een laatste gebeurtenis op de lagere school die op mijn netvlies gebrand staat, vindt plaats als we net voor de zomervakantie buiten ‘sliertentik’ spelen. Iemand begint door een ander te tikken. Dan moeten ze met z’n tweeën elkaars hand vasthouden, zodat de derde getikt kan worden. En zo gaat het verder.

Ik schat dat er een sliert van zes of zeven kinderen getikt is als ik als laatste nog afgetikt moet worden. Veel klaslokaalramen staan naar buiten toe open vanwege het warme weer.

Ik besluit mijn schoenklompen uit te doen zodat ik harder kan rennen. Door de hoge snelheid vlieg ik uit de bocht. Met mijn rechterhand probeer ik mezelf via het raamkozijn af te weren. In plaats daarvan schiet ik met mijn linker arm door het glas. Ik voel het glas door mijn arm heen snijden.

Het gevolg is dat m’n arm openligt en ik hevig bloedend begin te schreeuwen. Ik ren naar binnen, waar mijn leraar zo snel als hij kan een theedoek om mijn bovenarm draait. Zo kan hij de ergste bloeding stelpen.

Onze directeur besluit dat het te lang duurt om een ambulance te laten komen. Ik word in de auto van een van de leraren gezet en met spoed naar het ziekenhuis zo’n vier kilometer verderop gebracht.

Mijn ouders worden op de hoogte gebracht en komen direct naar het ziekenhuis. Inmiddels ben ik al een aantal liter bloed verloren en de neuroloog vertelt mijn ouders dat hij bang is dat hij mijn arm niet kan behouden en tot amputatie over zal moeten gaan. Hij wil nog een poging wagen en wat een geluk: na vijf uur hebben ze alles kunnen hechten en me weer van voldoende bloed kunnen voorzien.

Na een jaar elektrotherapie, begeleid door een liefdevolle therapeut en met fantastische begeleiding van mijn moeder, begin ik zelfs weer gevoel te krijgen in mijn vingers. Het gevoel is er grotendeels uit omdat mijn zenuwen afgesneden zijn.

De specialist vindt het te riskant om een lange operatie van zo’n acht uur uit te voeren om mijn zenuwen weer te verbinden. Uiteindelijk groeien zenuwen vanzelf weer aan. Super langzaam, nog geen millimeter per jaar, maar zo kunnen we een operatie vermijden.

En uiteindelijk, jaren verder, is het gevoel inderdaad zo goed als hersteld. Als ik nu in een vinger van mijn linkerhand knijp, lijkt het net of ik in een soort olifantshuid knijp. De hele gebeurtenis laat een diepe indruk bij me achter.

Het leuke is dat ik al heel wat jaren verzot ben op lego. Het spelen met legoblokken helpt mij bij mijn revalidatieproces. Ik moet weer helemaal opnieuw mijn vingerspieren leren gebruiken.

Inmiddels heb ik de leeftijd dat ik me helemaal stort op technisch bouwen, bijvoorbeeld een vuurtoren met een draaiende kop die lichtbalken ver laat schijnen. Op zeker moment doe ik met mijn vuurtoren mee aan een grote legowedstrijd. Met mijn derde plaats ben ik zo waanzinnig blij.

Ik mag op het grote podium voor in een stadsbioscoop komen staan. Een applaus in ontvangst nemen voelt raar. Normaliter ben ik als legobouwer in mijn eentje aan het bouwen, en nu sta ik in een volle bioscoop. Wat een gaaf moment.